Salland deze week: Met betere provinciale wegen verdwijnt de leefbaarheid in de dorpen

Och man, wat willen we graag snel over de N35, de N348 en de IJsseldijk racen. Lekker alleen in je auto en dan zo snel mogelijk in Deventer, Zwolle of Twente komen. Maarrrrr: hoe sneller we in de stad zijn, hoe minder reden voor een bedrijf zich in een dorp te vestigen.

Interessant? Deel het artikel

langstraat

De mens is van het zelfvernietigende soort. We lossen ongezondheid aan de achterkant op. Lekker roken, drinken en teveel eten en dan pilletjes tegen een te hoge bloeddruk en collectes om kanker te genezen in plaats van de voorkomen. Met astma doen we dat ook: we organiseren met onze industrie, landbouw en dien ten gevolge vervoer een slecht milieu met een lucht die onze luchtwegen aantast, maar daar heb je pufjes voor. Jaren geleden vergaderde de raad van Wijhe over een megastal én verkeersdrempels in Wijhe. Die drempels kwamen er: veiligheid op korte termijn, de megastal kwam er ook: daar word je pas later ziek van.

In Salland deze Week plaatsen we iedere zondagmorgen een stelling. Die bedenken we het liefst samen met Salland. Dus als jij ook een stelling wil lanceren, mail het ons naar HierinSalland. Reageren? Graag.

Klik hier om je reactie te mailen of om een onderwerp aan te dragen.

Lekker bezig. In het NPO-programma Nederland is Vol kwamen wat cijfers voorbij: met onze 17-miljoen inwoners hebben we 12-miljoen voertuigen op de weg. In ons land van 200 x 300 kilometer hebben we 140.000 kilometer weg liggen. Onze lucht is het ongezondst van Europa. TU Delft rekende eens uit dat de negatieve effecten van het verkeer ons 20 miljard per jaar kost. We hebben meer ruimte voor parkeerplaats dan voor wonen!
Doen we goed, cijfers die je er wel bij kunt hebben als we het nog eens gaan hebben over een snellere N348 en een betere N35.

Ook mooie cijfers:
– Als het verkeersaanbod in de spits tien tot vijftien procent daalt zijn de files ook opgelost. Als twee van de tien chauffeurs besluit samen te rijden is dat al bereikt.
– De kosten van het sneller maken van de N35 staan gelijk aan alle bijstandsuitkeringen van Salland vijf jaar lang met 300 euro per maand kunt verhogen.
– Veiligheid zit ‘m niet in de weg, maar in de weggebruiker.
– Meer asfalt meer files veroorzaakt.

“We moeten wel het eerlijke verhaal vertellen” is een nieuw stopzinnetje van politici, dus die cijfers hierboven zullen vast allemaal meetellen in de discussie. Of toch niet… want waarom willen we dan in hemelsnaam nog een bredere, snellere en veiliger weg, als je weet dat dat niet helpt?
Nou, vermoedelijk omdat we de auto ooit als heel belangrijk zijn gaan zien. We onderhouden hem beter dan ons eigen lichaam (waar we gerust verkeerd, teveel en giftige brandstof in kieperen), we voorzien hem van allerlei veiligheidstoeters- en bellen en hij moet voor de deur staan ten koste van een prachtige straat waar kinderen buiten kunnen spelen.

De Brever-wet

Laten we er dan nog eens een eerlijk verhaal bij halen: de Brever-wet, de wet van behoud van reistijd. Die zegt dat we als mens een gemiddelde reistijd accepteren van 70 tot 90 minuten. Dat is woon-werk, maar ook wat je er nog bij verplaatst voor winkel, sport enzovoort. Die wetmatigheid gold al toen de fiets nog uitgevonden moest worden: wandelen naar een dorp verderop was dan al snel de max. Inmiddels is onze woon-werk-afstand veel groter geworden, maar de woon-werk-tijd niet. De Brever-wet zegt dat die onveranderd is.

Vroeger had ieder dorp zijn eigen dialect, zeiden ze in het ene dorp pöaltie tegen een paaltje, in het andere dorp pössie. Omdat we het van verder halen sterft het dialect inmiddels uit en rukt het Engels op: een wereldtaal, omdat we behoefte hebben anderstaligen ook te verstaan.

Omdat we beter van A naar B kunnen komen, passen bedrijven en winkels zich ook aan. Ze komen niet meer naar de mensen, de mensen komen naar de winkel. Je krijgt heel grote kantorencomplexen, meubelboulevards en megamarkten bij steden. De bank, de woninginrichter en de televisieverkoper verdwijnen uit de dorpen. Kleine dorpen zijn het eerst de dupe, midden-grote dorpen (sub-regionale kernen) staan op dit moment onder diezelfde druk. Nog een geluk dat ons land een wet heeft dat pp een industrieterrein detailhandel (grotendeels) verboden is, anders hadden we sowieso al geen leven meer in de dorpsbrouwerij gehad.

Betere wegen, legeren kernen

Dus als we de provinciale wegen beter maken zuigen we de kernen leeg. De laatste winkels verdwijnen uit de kleinere dorpen, de doehetzelf-ketens, de middelbare scholen, he subtropisch zwembad, de atletiekvereniging en de schouwburg verdwijnen dan uit de wat grotere kernen. Meubels en witgoed kopen we digitaal nadat we ze in de boulevards bekeken hebben. Over niet zo lang doen we dat met de boodschappen ook zodat de supermarkt ook uit het centrum vertrekt. Even later blijkt de horeca geen bestaansrecht meer te hebben…

We kunnen die weg ook níet verbeteren

Of… of we verbeteren de wegen niet, geven het geld een betere bestemming (onnodig maken van de voedselbanken) en gaan kijken hoe we er weer voor kunnen zorgen dat mensen in eigen dorp kunnen vinden wat ze nodig hebben. Niet meer de weg op, maar delen van de week thuis werken, of – en daar zien we eigenlijk heel veel goeds van komen – kleine kantoorunits inrichtingen in de kernen van onze dorpen, waar mensen van verschillende bedrijven samen op een goed ingerichte locatie werken. Zeker weten dat de interdisciplinaire contacten ook nog eens een meerwaarde voor individu en voor het bedrijf met zich meebrengen. Maar ook zeker weten dat je dan na je werk nog snel even een boodschap doet in het dorp, in de middag een lunchroom bezoekt en ’s morgens je kapotte kleren of schoenen even naar de reparateur brengt die ze ’s middags klaar heeft.
En die tweede auto hoeft er dan ook niet te komen, wat toch zo maar weer 500 euro in de maand scheelt. Tel uit je winst.

Een vijftien minuten stad is een stad waar je overal binnen vijftien minuten kunt komen, lopend of met de fiets. Zoiets gaat dan ook vanzelf in de dorpen ontstaan. Als daar reuring is, komt er een broodjeszaak van de grond. Na zo’n broodjeszaak komt er een hypotheekverstrekker en een telefoonwinkel, de witgoedzaak gaat weer draaien en de woninginrichter krijgt weer kans.

Dat bereik je allemaal door géén nieuw asfalt aan te leggen. Je houdt geld in de zak, de natuur is je dankbaar, we hebben weer schone lucht in te ademen…

Als je dat allemaal zo op een rijtje ziet, wat een gekkigheid is dat dan dat we iedere keer wegen willen verbreden? Toch?

Word supporter van HierinSalland

HierinSalland is voor, maar ook van Salland. Word supporters en ondersteun ons. Door mee te doen of met een kleine bijdrage.

Interessant? Deel het artikel

Meer over

Blijf op de hoogte

Abonneer je op een of meerdere van onze nieuwsbrieven en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Salland. Om de twee weken verloten we onder de abonnees om en om een pakket uit de biologische boerderijwinkel Overesch en de biologische Supermarkt in het Bos van Kleinlangevelsloo, beiden in Raalte. Bekijk de spelregels.

1 gedachte over “Salland deze week: Met betere provinciale wegen verdwijnt de leefbaarheid in de dorpen”

  1. Avatar
    Maarten Roetert

    Uiteraard ben ik als beroepschauffeur blij met bredere en betere provinciale wegen. Alleen zal dat in de huidige tijd steeds moeilijker te realiseren zijn maar dat is een andere discussie.

    Goed voor de doorstroming, maar zoals in het artikel beschreven staat: haalt dat dan weer niet in één klap alle bedrijvigheid (om niet te zeggen het leven) uit dorpen langs het onderliggende wegennet? Dan vraag ik mij af hoe leefbaar een dorp is als er bijna 24/7 zwaar verkeer doorheen blijft denderen? En hoe rustig zit u nog in uw woonkamer als datzelfde zware verkeer iedere 200 meter moet remmen en weer optrekken voor een verkeersdrempel? Daar ligt onderhand half Nederland mee vol!

    Wat ik maar wil aangeven: leefbaarheid is een begrip dat op vele manieren uit te leggen is… Wat voor de één leefbaar is kan zomaar het einde van diezelfde leefbaarheid voor de ander betekenen.

    Een verschillend dialect per dorp of stad maakt de taal levendig, en zeker aan elkaar verwante talen en dialecten kom je ver mee in je (wijde) omgeving. Het Nedersaksisch (waar ook ons dialect van af stamt als je het zo mag zeggen) beheerst eigenlijk heel Noord- oost Nederland en aanliggende Duitse gebieden. Als geboren Deventenaar die al geruime tijd in Warnsveld woont werd mij al snel duidelijk dat die zegge en schrijve 20 kilometer een wezenlijk verschil maakt qua dialect maar ook dat je er niet mee ‘buiten de boot valt’ om het zo maar eens te zeggen.

    Wat in het artikel beschreven staat (het dialect verdwijnt omdat we ’het’ van verder halen en naar het Engels gaan om anderstaligen ook te verstaan) durf ik te bestrijden; doordat er zoveel arbeidsmigranten aan het werk zijn in Nederlandse bedrijven wordt de voertaal zo langzamerhand Engels! Het dialect, en op den duur waarschijnlijk het Nederlands, sterft uit omdat je bij steeds meer bedrijven te horen krijgt: “ïnglis plies?” Écht niet omdat wij dat zo graag willen en al helemaal niet omdat we even snel dat halfje wit in Almelo gaan halen over die vierbaans N35 !

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Salland. Iedere maand verloten we onder de abonnees een pakket uit de biologische boerderijwinkel Overesch in Raalte. Bekijk de spelregels.