Sommige berichten glijden langs je heen als een auto in een verre straat.. Andere kloppen op deuren die jarenlang gesloten zijn gebleven in het geheugen.
Voor mij was het vonnis dat deze week in Den Haag werd uitgesproken tegen Rafiq Q. niet zomaar een nieuw juridisch bericht voor het archief. Het voelde als een late klop op een deur die jarenlang gesloten was gebleven.
Als Syriër, en als één van de miljoenen Syriërs die hun land ontvluchtten vanwege oorlog, onderdrukking en geweld, volgde ik deze zaak vanaf het begin. Niet omdat de verdachte een bekende naam is. Niet vanwege het aantal jaren gevangenisstraf. Maar omdat deze zaak een vraag terugbracht die al jaren door mijn hoofd gaat:
“Kan gerechtigheid ons ook tot in de diaspora volgen, om ons én de mensheid te beschermen tegen monsters met wie wij geen land meer kunnen delen?”
Na de val van de dictator en zijn vlucht uit Syrië leek het soms alsof een poort uit de hel was opengegaan. Niet alleen slachtoffers verlieten het land, maar ook mensen die jarenlang leefden in een wereld van marteling, vernedering en geweld, en die nu proberen een nieuw bestaan op te bouwen in samenlevingen die vrede en veiligheid kennen.
Juist daarom reikt de betekenis van deze processen verder dan gerechtigheid voor de slachtoffers alleen. Zij zijn ook een boodschap dat zeeën, grenzen en nieuwe paspoorten niet altijd voldoende zijn om iemand te beschermen tegen zijn verleden.
Voor veel Syriërs was vluchten niet alleen een ontsnapping aan de oorlog. Het was ook een poging om niet langer samen te hoeven leven met mensen, als dat tenminste nog het juiste woord is, die gevangenisbewaarders, ondervragers, beulen of medeplichtigen waren van een systeem dat marteling veranderde in een dagelijkse taal, angst in een bestuursmethode en vernedering in een gewone praktijk.
Daarom gaat het vonnis tegen Rafiq Q. niet alleen over één persoon. Het is een boodschap die veel verder reikt. Een boodschap die zegt dat misdaden hun naam niet verliezen wanneer zij grenzen oversteken. En dat een beul geen gewone burger wordt enkel omdat hij van land, taal of adres verandert.
De misdrijven waarvoor deze man werd veroordeeld, waren bovendien geen uitzonderingen. Ze maakten deel uit van dezelfde systematische praktijk die jarenlang werd uitgevoerd door het leger van het voormalige dictatoriale regime en de milities die aan zijn zijde vochten.
De val van het regime betekende immers niet dat iedereen die betrokken was bij die misdrijven verdween. Sommigen werden in Syrië gearresteerd. Tegen anderen lopen inmiddels rechtszaken. Weer anderen vluchtten naar andere landen. En sommigen bereikten Europa.
Daar begint een verantwoordelijkheid die niet alleen Syriërs aangaat, maar ook Europese staten.
Het conflict in Syrië en de sektarische milities die deelnamen aan dat conflict zijn niet verdampt met het einde van de oorlog. Niets verdampt zomaar in de lucht. Velen van hen leven nog, ademen nog tussen ons, en zoeken uit waar zij zich kunnen vestigen en waar zij een tweede leven kunnen beginnen nadat zij Syrië zijn ontvlucht.
Juist daarom dragen uitspraken zoals die in Den Haag een betekenis die verder gaat dan deze ene zaak. Ze vormen een duidelijke boodschap dat democratische landen de lessen van hun geschiedenis niet vergeten. Een land als Nederland, dat in de vorige eeuw zelf de gevolgen van bezetting, vervolging en massaal geweld heeft gekend, kan niet accepteren dat zijn grondgebied een veilige haven wordt voor personen die worden verdacht van oorlogsmisdaden of misdrijven tegen de menselijkheid.
De samenwerking tussen Europese justitie, openbare aanklagers, internationale opsporingsdiensten en het uitwisselen van bewijs is daarom veel meer dan een juridische aangelegenheid.
“Zij voorkomt dat het verleden onderdeel wordt van de toekomst.”
Misschien is dat precies wat deze processen zo belangrijk maakt. Ze beschermen niet alleen Syriërs en geven slachtoffers een laat gevoel van erkenning. Ze beschermen ook de Europese samenlevingen die hun deuren openden voor miljoenen mensen die voor oorlog vluchtten. Rechtsbescherming is niet compleet wanneer grenzen veranderen in veilige schuilplaatsen voor mensen die denken dat zij aan gerechtigheid kunnen ontsnappen door simpelweg van land of paspoort te wisselen.
Maar er is nog een andere vraag die mij blijft achtervolgen.
Hoe kan iemand jarenlang leven in een wereld van marteling, vernedering en geweld en daarna terugkeren als een normaal mens?
Hoe slaapt zo iemand?
Hoe eet hij?
Hoe zit hij aan tafel met zijn kinderen?
Hoe kijkt hij naar zichzelf in de spiegel?
Wij die de oorlog hebben meegemaakt waren geen beulen. Velen van ons waren slechts getuigen. We zagen lichamen. We zagen kinderen onder het puin. We droegen gewonden. We wasten bloed van onze handen. En toch achtervolgen sommige van die beelden ons nog steeds.
Als zelfs de getuige niet ongeschonden uit de oorlog komt, hoe komt dan degene eruit die jarenlang midden in de misdaad leefde?
Soms voelt schrijven over dit soort zaken niet alsof het met inkt gebeurt.
“Alsof een pen zich eerst in het hart boort en vervolgens met bloed schrijft.”
Misschien ligt daarin ook de betekenis van deze processen. Zij beschermen niet alleen slachtoffers. Zij beschermen ook samenlevingen. Zij beschermen de Nederlander die in vrede leeft in zijn stad. Zij beschermen de Syriër die dacht zijn beul achter zich te hebben gelaten toen hij de grens overstak. En zij beschermen het idee van gerechtigheid zelf tegen het gevaar een leeg begrip te worden.
Tegelijk geven zij iets terug aan de families van slachtoffers. Aan vaders en moeders die na al die jaren nog steeds zoeken naar rechtvaardigheid voor hun vermoorde kinderen.
“Geen enkele zee ter wereld kan het oog doven van een vader of moeder die gerechtigheid zoekt voor een onschuldig gedood kind.”
Misschien volgen Syriërs deze processen daarom zo aandachtig. Niet omdat zij de doden terugbrengen. Niet omdat zij het leed uitwissen.
Maar omdat zij iets zeggen wat van onschatbare waarde is:
De wereld is het niet vergeten.
Gerechtigheid kan laat komen.
“En sommige wegen die begonnen in een donkere cel in Syrië, eindigen jaren later voor een rechter in Den Haag.”
Maar zij stopt niet altijd aan de grens.






