Wie vanaf Pamplona richting Burgos reist, merkt al snel dat de Camino de Santiago een succesverhaal is geworden. Misschien zelfs iets té succesvol. Pelgrims zijn overal. Op bospaden, over boerenerven en door kleine dorpen. De hele dag klinkt hetzelfde ritueel van begroetingen, stempels, herbergen en terrasjes. ¡Buen Camino! Voor veel mensen is dat de charme van de route. Voor anderen begint het steeds meer op massatoerisme te lijken.
Op fietsvakantie in Noord Spanje overnachtte Harrie Kiekebosch bij Javier en interviewde hem over hoe hij kansen zag voor de regio die zo goed als leeggelopen lijkt te zijn.
Maar wie bij Burgos afslaat richting het noorden, ontdekt een heel ander Spanje. Een Spanje van stilte. Een Spanje waar je uren kunt wandelen zonder iemand tegen te komen. Waar roofvogels boven de heuvels zweven, een oude spoorlijn is veranderd in fietspad en dorpen volgen het ritme van het lokale café. Wíe er nog woont, heeft daar zijn dagelijkse contact.
In die streek werkt Javier Ruiz aan een opmerkelijk project onder de naam Ruropolis. Hij probeert niet zoveel mogelijk toeristen naar zijn regio te trekken. Sterker nog: hij wil juist voorkomen dat zijn streek verandert in een toeristische attractie. Zijn uitgangspunt is eenvoudig. Niet de streek aanpassen aan bezoekers, maar bezoekers aantrekken die begrijpen waarom de streek bijzonder is. Zoals men in Nepal zegt: “You’re not here to change Nepal. Nepal is here to change you.” Dat principe probeert hij ook toe te passen in zijn regio. Mensen mogen komen wandelen, fietsen, vogels kijken, kanoën of op afstand werken. Maar ze moeten niet verwachten dat de streek zich aan hen aanpast. De kracht van het gebied zit juist in wat er níét is: geen drukte, geen files, geen pretparken en geen overvolle terrassen.
Javier richt zich onder meer op digital nomads: mensen die dankzij internet overal kunnen werken. Waarom zou een programmeur, ontwerper of adviseur dagelijks in een drukke stad wonen als hetzelfde werk ook vanuit een rustig dorp kan worden gedaan? Volgens Javier wordt dat een van de grote ontwikkelingen van de komende decennia. Niet iedereen zal naar het platteland verhuizen, maar steeds meer mensen krijgen die mogelijkheid wel. Daarom denkt hij niet in jaren, maar in generaties. De vraag is niet hoe zijn streek er volgend jaar uitziet, maar hoe zij er in 2050 uitziet.
Door het gebied loopt een bijzonder fietspad. Ooit moest hier onder Franco een spoorlijn worden aangelegd richting de noordkust. De werkzaamheden werden nooit voltooid. De rails verdwenen later weer en maakten plaats voor een lange groene fietsroute. Onderweg liggen verlaten stations, oude tunnels en bruggen die herinneren aan plannen die nooit werkelijkheid werden. Voor fietsers is het tegenwoordig een paradijs. Het traject stijgt nauwelijks, omdat het oorspronkelijk voor treinen werd aangelegd. Je rijdt door een landschap van bergen, bossen, rivieren en kleine dorpen, terwijl de horizon voortdurend verandert. Precies het soort kwaliteit dat volgens Javier de komende jaren alleen maar waardevoller wordt.
Javier werkt aan de leefbaarheid van de regio en kan daardoor over Europese middelen beschikken zoals ‘De Kracht van Salland’ dat ook doet voor hier. Zijn leefbaarheidsproject is een Europees LEADER-project. Daarbij gaat geld naar initiatieven die de leefbaarheid van het platteland moeten versterken. Vaak gaat het om dorpshuizen, ontmoetingsplekken, pleinen of andere voorzieningen. Allemaal nuttige projecten. Toch stelt Javier een ongemakkelijke vraag: wat gebeurt er als je een prachtig dorpshuis bouwt, maar de jongeren vertrekken? Wat gebeurt er als de bevolking vergrijst en er geen nieuwe bewoners bijkomen? Dan staat er over twintig jaar misschien een schitterend gebouw, maar ontbreekt het dorp waarvoor het gebouwd werd.
Die vraag kan Salland zich ook stellen. Hier worden dorpshuizen, kerken, scholen, sportclubs in stand gehouden. Voorzieningen die het leven vandaag prettiger maken. Maar kijken we ook voldoende naar de vraag hoe onze dorpen er over vijfentwintig jaar uitzien? Hoe zorgen we ervoor dat jonge gezinnen blijven? Hoe creëren we werk dat niet aan een stad gebonden is? Hoe maken we het aantrekkelijk voor nieuwe bewoners zonder het karakter van onze dorpen te verliezen?
Javier begrijpt heel goed dat verandering niet van bovenaf kan worden opgelegd. “Zelfs als ik de Rolling Stones naar het dorp zou halen, moet ik ze niet om zes uur laten optreden omdat ze hier in het dorp nog in het café zitten te kaarten. Pas rond half acht zouden ze tijd hebben.” Dat zegt veel over zijn manier van werken. Ontwikkeling begint niet bij plannenmakers, maar bij de mensen die er wonen. Bij de bakker. Bij de caféhouder. Bij de ondernemer. Bij de vrijwilliger. Zonder hun enthousiasme blijft iedere visie papier.
Volgens Javier kijken veel beleidsmakers nog steeds naar het platteland vanuit de problemen. Hij kijkt juist naar de kansen. Steeds meer werk wordt digitaal. Mobiliteit verandert. Technologie maakt afstand minder belangrijk. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan rust, natuur, gezondheid en ruimte. Waar steden steeds drukker worden, beschikt het platteland over kwaliteiten die steeds schaarser worden: stilte, schone lucht, ruimte en gemeenschapszin.

“Steden gaan dood!” stelt Javier zonder omhaal. Laten we dat dus maar beter niet kopiëren. Niet zoveel mogelijk bezoekers aantrekken. Maar koesteren wat het platteland uniek maakt. Daarbij moeten we niet denken aan morgen, zelfs niet aan volgend jaar. Maar bijvoorbeeld aan 2050!”







