Wanneer bén je arm?
De eerste vraag lijkt simpel, maar blijkt meteen ingewikkeld: wanneer val je onder ‘armoede’? Martha en Paul leggen uit dat er meerdere definities bestaan. Het CBS hanteert grenzen, andere instanties weer andere, en in regelingen kan het per loket verschillen of je “arm genoeg” bent om hulp te krijgen.
Een link naar de talkshow vind je onderaan dit artikel
Paul vat het nuchter samen: armoede is óók afhankelijk van je lasten. Iemand kan met weinig inkomen toch rondkomen als de maandelijkse kosten laag zijn. Maar wie in een slecht geïsoleerd huis woont, kan juist financieel kopje-onder gaan door hoge stookkosten. Daar komt het begrip energiearmoede in beeld: niet per se weinig inkomen, maar wél structureel te hoge energielasten.
Martha noemt een definitie die op de radio voorbij kwam en die meteen blijft hangen:
armoede is wanneer je na het betalen van je vaste lasten te weinig overhoudt om normaal te kunnen leven — om warm te eten, boodschappen te doen, mee te kunnen doen.
En dat gaat verder dan geld. Armoede kan stress veroorzaken die je hele denken versmalt. Je wereld wordt kortetermijn: wat moet nú geregeld worden? Daardoor worden “logische” keuzes ingewikkeld — en soms lijken keuzes van buitenaf onbegrijpelijk, terwijl ze van binnenuit juist overleven zijn.
Stress maakt het leven kleiner
In het gesprek komt een bekend mechanisme terug: langdurige geldstress kan ervoor zorgen dat mensen in een spiraal terechtkomen. Je hoofd zit vol, je prioriteiten verschuiven, plannen voor de lange termijn verdwijnen naar de achtergrond. Hans benoemt het scherp: het idee dat “je IQ daalt” als je voortdurend in stress leeft — niet omdat je minder slim wordt, maar omdat je hersenen in overlevingsstand gaan.
Ook schaamte speelt mee. Er zijn regelingen, maar niet iedereen gebruikt ze. Omdat men de weg niet kent, zich ervoor schaamt, of zó lang in armoede zit dat er “geen mentale ruimte” meer is om hulp te organiseren.
Waarom zitten Martha en Paul hier aan tafel?
Martha zegt eerlijk: ze is zelf nooit arm geweest en kan zich er moeilijk een voorstelling van maken. Juist daarom is haar betrokkenheid opmerkelijk praktisch: ze raakte betrokken bij Bij de Buren, een initiatief dat begon als tweedehands winkel in Olst. Met de opbrengsten werden minima geholpen — bijvoorbeeld met Sinterklaascadeautjes voor kinderen die anders niets krijgen, of met fruit- en groentetasjes voor de voedselbank.
Tijdens corona moest de winkel dicht en kwamen er nieuwe vragen. De gemeente had geen extra geld, maar wél werk. Zo ontstond een doorontwikkeling: Goede Buren. Een plek waar sociale duurzaamheid en ecologische duurzaamheid elkaar raken: helpen met armoede én tegelijk energie besparen, verspilling voorkomen, lokaal delen en repareren.
Paul vertelt iets bijzonders over zichzelf: hij leeft statistisch gezien onder sommige armoedegrenzen, maar ervaart zichzelf niet als arm. Waarom? Zijn woonlasten zijn extreem laag: hij woont in een aardehuis, grotendeels zelfvoorzienend en met minimale vaste kosten. Dat maakt meteen zichtbaar waar het in dit gesprek steeds om draait: armoede is vaak geen “karakterkwestie”, maar een systeemprestatie van woonlasten, energiekosten, pech, netwerk — en geluk.
Warm voor elkaar: energie besparen zonder drempels
Een groot deel van het gesprek gaat over het project Warm voor elkaar. De gemeente haalde een rijks-subsidie binnen om in (vooral) huurwoningen kleine energiebesparende maatregelen te laten uitvoeren. Denk aan:
- tochtstrippen en brievenbusborstels
- radiatorfolie
- ledlampen
- (aanvankelijk ook) douche-timers
- en inmiddels: warme/isolerende gordijnen
Mensen kunnen zich aanmelden, vervolgens gaat er een energiecoach langs die heel praktisch kijkt: waar lekt warmte weg, welke kleine ingreep levert direct winst? Daarna wordt het geregeld: bij veel huizen gaat het via SallandWonen, dat de klussen uitvoert. Voor koopwoningen is er ook een route, onder andere met een eigen klusser.
De kern: het project is laagdrempelig, concreet, en neemt mensen werk uit handen. Niet “hier is een subsidie, succes”, maar: we komen langs, we regelen het, we voeren het uit.
Een winkel als paraplu voor duurzame initiatieven
Goede Buren is inmiddels veel meer dan tweedehands kleding en speelgoed. In de winkel (Hendrik Droststraat 22a) vind je ook:
- biologische groente (los, geen pakketten)
- biologisch vlees (Overkempe, in een vrieskast)
- verpakkingsloze droogwaren (eigen pot mee)
- lokale producten zoals honing, jam
- “1 meter huren” voor makers (kaarten, tassen, sokken, houtwerk)
- een maandelijkse Repair Café-dag
- een weggeefkastje buiten met o.a. toiletspullen/maandverband
En dan is er nóg iets dat terugkomt als rode draad: de drempels moeten laag blijven. De duurste winterjas kost er zes euro, en die prijzen zijn al jaren nauwelijks gestegen. Soepcafé en repair café werken met vrijwillige bijdrage. Het moet voor iedereen toegankelijk blijven, juist ook voor wie zich anders buitengesloten voelt.
Het soepcafé zoekt een coördinator
Aan het eind van het gesprek komt een oproep: het soepcafé (dat eerder grote groepen trok) ligt stil door gebrek aan coördinatie. Het concept is simpel en mooi: voedsel dat tegen de datum zit maar nog prima is, wordt opgehaald bij de supermarkt en omgetoverd tot een maaltijd. Soms voor 20 mensen, soms voor 50 of 60. Alles is op wieltjes: winkel ombouwen en klaar.
Wat ontbreekt is iemand die de touwtjes aan elkaar knoopt: publiciteit, ophalen, kookploeg, avondploeg. Handjes zijn er vaak wel — maar planning en aanjagen is cruciaal.
Niet alles hoeft te groeien
Hans betrapt zichzelf op een reflex die veel mensen kennen: “moet het niet groter worden?” Martha en Paul draaien het om. Groeien is geen doel op zich. Een lokale bakker wil ook geen keten worden; die wil goed brood bakken, stabiel draaien. In een samenleving die op “groei, groei, groei” staat, is dat bijna een tegencultuur: genoeg is ook een strategie.
En toch blijft het initiatief bewegen. Zo vertelt Paul dat ze nu ook — op verzoek van de gemeente — extra inzetten op een groep Oekraïense vluchtelingen, met een vrijwilliger die helpt tolken bij energiecoach-gesprekken.
Praktisch: waar en wanneer?
Goede Buren (Olst)
- Adres: Hendrik Droststraat 22a
- Open: woensdag, vrijdag en zaterdag van 10.00–16.00
- Website: goedeburen-olst.nl
Kleding/speelgoed brengen, iets uit de weggeefkast gebruiken, vrijwilliger worden: loop binnen.
Als je dit gesprek in één zin moet samenvatten: armoede is vaak niet te zien, maar wél te verlichten — met een winkel, een netwerk, een paar tochtstrips, een pan soep en vooral met het idee dat je mensen niet laat zwemmen met een foldertje, maar ze daadwerkelijk helpt om weer grip te krijgen. In Sallandse woorden: doe maar gewoon praktisch. Dat werkt het best.


