De gemeente beroept zich op een uitspraak van de Raad van State. Maar die uitspraak gaat over een ander dossier dan de gemeente doet voorkomen. En over Welsum gaat ze al helemaal niet.

Op 21 april 2026 nam het college van burgemeester en wethouders van Olst-Wijhe twee besluiten over woningbouw in het buitengebied, met portefeuillehouder Marcel Blind (Gemeentebelangen Olst-Wijhe) (Klik hier voor agenda 04 & 05). Aan de Kloosterhoekweg in Welsum mogen twee woningen worden gebouwd op minder dan 25 meter van een agrarisch perceel, met een haag uiteindelijk tot 0 meter. Aan de Scherpenzeelseweg tussen 13 en 15 in Wijhe mag een woning komen op circa 5 meter van een agrarisch perceel. Beide besluiten wijken af van de gangbare 50 meter spuitzone die de Raad van State doorgaans hanteert tussen landbouwgrond en woningen. De Wijhe-nota beroept zich expliciet op een recente uitspraak (Klik hier voor de uitspraak) van de Afdeling bestuursrechtspraak van 11 maart 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1410), die ging over arbeidsmigrantenhuisvesting aan de Tuindersweg in IJsselmuiden, gemeente Kampen. De Welsum-nota verwijst niet naar deze uitspraak. Dat verschil tussen beide nota’s is geen detail. Het zegt iets.
In het kort:
- De Raad van State accepteerde 17 meter afstand. In Wijhe wordt het 5 meter
- In Kampen waren zes pijlers onder die 17 meter. In Wijhe staat er één pijler genoemd
- Verplichte kokosmatten, watergang, afschermende bebouwing, ter zitting eensgezinde deskundigen. Niets daarvan in Wijhe
- De Welsum-nota beroept zich niet op deze uitspraak. Met goede redenen
- De Wijhe-nota stelt dat de situatie “zelfs gunstiger” is dan in Kampen. Op één punt klopt dat. Op de andere punten niet
- De Kampen-uitspraak honoreert nergens een reductie tot 0 meter
Wil je weten hoe dit kon? Lees verder.
Een boer met zijn handen in de zakken
Het college weet dat het de boer niet kan dwingen. Dus leunt het op een uitspraak van de Raad van State die zegt dat dit type redenering soms wel houdt. Een rechterlijk anker, op het eerste gezicht. Maar als je het anker oppakt en bekijkt, blijkt het ergens anders te haken dan waar de gemeente het naar verwijst.
Wat de Afdeling daadwerkelijk besliste
Want lees de uitspraak nauwkeurig. De Afdeling bouwde haar oordeel niet op de algemene gedachte “maatwerk mag, korter dan 50 meter ook”. Ze bouwde het op zes specifieke pijlers, alle zes van dat ene Kampense perceel.
Eén: er lag een locatie specifiek rapport van SPA WNP Ingenieurs dat een spuitzone van minimaal 10 meter adviseerde. Onderbouwd, met cijfers.
Twee: aan de oostzijde van het naastliggende perceel liep een watergang. Die watergang vormde al een bestaande wettelijke beperking voor wat de boer aan de overkant mocht doen.
Drie: het naastliggende perceel was klein, ongeveer 3.880 vierkante meter. De rechter oordeelde dat het “niet geschikt is voor het uitvoeren van bespuiting met gewassenbeschermingsmiddelen door een getrokken of zelfrijdende spuitmachine.”
Vier: aan de vergunning waren afdwingbare fysieke maatregelen verbonden. Verplichte kokosmatten als geluidsscherm dat tegelijk drift reduceert. Een landschappelijk inrichtingsplan dat moest zijn uitgevoerd vóór ingebruikname. Vergunningvoorschriften, geen vrijblijvende afspraken.
Vijf: inmiddels was een vergunning verleend voor een woning, kas en loods op het naastgelegen perceel. Die bebouwing zou drift verder afschermen.
En zes, het meest opvallend: ter zitting waren de deskundige namens de omwonenden en de deskundige namens het college het met elkaar eens. Allebei concludeerden dat drift in deze specifieke situatie niet verder zou komen dan ongeveer 16 meter. De omwonenden verloren niet ondanks hun eigen deskundige. Ze verloren omdat hun deskundige tot dezelfde conclusie kwam als die van de gemeente.
Zes pijlers. 17 meter. Dat is wat de Afdeling besliste.
Eén pijler. Vijf meter.
Maar dan de rest. In Kampen 17 meter. In Wijhe 5 meter. Ruim drie keer dichter. De Wijhe-nota maakt dat verschil niet expliciet. Ze stelt dat de situatie “zelfs gunstiger” is op één punt en zwijgt over de andere vijf.
Geen verplichte kokosmatten in Wijhe. Geen watergang genoemd. Geen verplicht landschappelijk inrichtingsplan met driftbeperking. Geen aanvullende afschermende bebouwing. Geen rapport dat een minimumafstand adviseert die ook maar in de buurt van 10 meter komt. Geen deskundigenconsensus.
De Wijhe-nota schrijft zelf in de kanttekeningen en je leest ‘t even niet maar leest ‘t dan opnieuw: “geen aanvullend onderzoek is gedaan.” Bij vijf meter afstand. En: “kleinschalig of handmatig gebruik van middelen is niet volledig uitgesloten, maar vooral globaal als niet relevant beoordeeld.”
Hier staat eigenlijk: we leunen op één pijler waar de rechter er zes nodig had. En een paar dingen weten we niet zeker, maar dat hebben we globaal geregeld.
Dat is een rekkelijke interpretatie van een uitspraak die juist heel precies was over haar eigen gronden.
De andere kant horen
Een verdediger zou ook kunnen zeggen: de aanvullende elementen in Kampen (kokosmatten, watergang, deskundigenconsensus) waren niet de essentie maar de versiering. De kern was: dit perceel is te klein om rendabel machinaal te bespuiten. En dat geldt in Wijhe net zo goed.
Dat is een argument. Maar het is een argument dat de Afdeling zelf niet heeft gemaakt. De Afdeling heeft die elementen wel degelijk als dragend opgenomen. Ze schreef letterlijk dat de kokosmatten verplicht aangebracht moesten worden en dat de deskundigen het eens waren. Een rechter die 17 meter accepteerde op basis van zes pijlers, zegt niet automatisch dat hij ook 5 meter accepteert op basis van één pijler. Dat is wat de Wijhe-nota suggereert, niet wat de uitspraak vaststelt.
En Welsum?
In Welsum stapelt het adviesbureau drie generieke argumenten. Aangescherpte driftregels in het Besluit Activiteiten Leefomgeving. Het feit dat op grasland doorgaans neerwaarts wordt gespoten. En een te plaatsen haag die de afstand zou terugbrengen tot 0 meter.
Dat zijn algemene argumenten. Ze zouden op elk grasland naast elk klein bouwperceel in Nederland van toepassing kunnen zijn. De Kampen-uitspraak deed het tegenovergestelde. Ze keek juist naar wat dit ene perceel uniek maakte: deze watergang, deze afmeting, deze fysieke afscherming, dit specifieke onderzoeksrapport.
Het type onderbouwing dat in Wijhe wordt gebruikt, krijgt door de Kampen-uitspraak een zekere ruggensteun. Het type onderbouwing dat in Welsum wordt gebruikt, krijgt die ruggensteun niet. Sterker: de Afdeling honoreerde in Kampen ook geen reductie tot 0 meter, ook niet met de complete batterij aan fysieke maatregelen. Ze landde op 17 meter. Voor een Welsum-onderbouwing die op 0 meter uitkomt, biedt deze uitspraak geen anker. Eerder een waarschuwing.
De boer aan de overkant, weer
Dat is juridisch waar. Maar het is ook iets om bij stil te staan. Want straks staat er een woning op 5 meter van zijn perceelgrens. Als de Afdeling die situatie afkeurt over twee jaar, nadat de bewoners er al wonen, krijgt deze boer hetzelfde planologische probleem terug. En als de Afdeling ‘m goedkeurt, is hij zijn praktische mogelijkheid om ooit nog iets anders dan paardenwei van zijn grond te maken kwijt. Want het college kan dan zeggen: ja maar, woning. De nota erkent dit niet en de boer komt in de nota niet voor als persoon met een toekomst, alleen als eigenaar van een perceel dat “feitelijk niet bespuit baar” is.
Dat is de echte vertaling van dit dossier. Een woning komt er op 5 meter. Een agrariër verliest zonder handtekening zijn praktische ruimte. Een toekomstige bewoner krijgt een informatieformulier. En de gemeente leunt op een Kampen-uitspraak waarin alles anders was.
Wat had er gekund
In Wijhe drukt de LBV-deadline. Dat is een echte reden om door te willen. Maar de Kampen-uitspraak laat zien dat dichter dan 50 meter kan, mits je ‘t goed doet. Voor dit Wijhe-dossier had het kunnen betekenen: een vergunningvoorschrift dat de woning pas in gebruik mag worden genomen na realisatie van een specifieke driftbeperkende voorziening. Een afspraak met de buurman die publiekrechtelijk wordt geborgd in plaats van privaatrechtelijk gevraagd en geweigerd. Een aanvullend onderzoek dat de gemeente zelf erkent niet te hebben gedaan.
In Welsum drukt geen externe deadline. Daar is het WUR/RIVM-afwegingskader midden 2026 onderweg, en daar wordt op een type onderbouwing geleund (haag tot 0 meter, generieke argumenten) waarvoor deze uitspraak juist géén anker biedt. De keuze is daar dus: nu instemmen op zwakke gronden, of wachten op een steviger fundament.
Allebei zijn keuzes. Geen van beide zijn noodzakelijkheden.
Beloofd is beloofd. Twee maanden na de verkiezingen.
Gemeentebelangen Olst-Wijhe, de partij van portefeuillehouder Marcel Blind, schreef: “Gemeentebelangen Olst-Wijhe is terughoudend met verdere versnippering van woningen in het buitengebied. Liever hebben wij per kern ‘een straatje erbij’, dan dat er overal op ons platteland een hagelslag ontstaat van kleine groepen woningen.” En over precies dit type situatie: “Met de uitwerking van het aankomende VAB/Erftransformatiebeleid als vervolg op de handreiking KGO (2024) moet de gemeente stoppende boeren bijstaan om te zoeken naar alternatieve locaties voor bouwen van woningen, wat mogelijk middels ruilverkaveling of onderlinge grondverkoop opgelost kan worden.”
Twee maanden later tekent de eigen wethouder twee besluiten die exact het tegenovergestelde doen. Twee woningen in het buitengebied aan de Kloosterhoekweg. Eén woning aan de Scherpenzeelseweg. Op de bestaande kavel, niet op een alternatieve locatie. Geen ruilverkaveling. Geen onderlinge grondverkoop. Het instrument dat in het programma staat, wordt in de nota niet eens genoemd.
CDA Olst-Wijhe schreef: “Bij alle keuzes over wonen, werken, verkeer en recreatie stellen wij gezondheid voorop.” En als concreet beleidspunt: “Het gebruik van alternatieve werkwijzen in de landbouw en ondersteunen boeren bij het verminderen van gewasbeschermingsmiddelen.”
Twee maanden later worden in het buitengebied van Welsum en Wijhe woningen geplaatst op minder dan vijfentwintig en op vijf meter van percelen waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt. Met een haag tot nul meter in Welsum. De GGD adviseert in beide nota’s “een zo groot mogelijke afstand” en stelt dat “gezondheidskundig niet onderbouwd kan worden dat een haag effectief is.” Gezondheid voorop. Twee maanden geleden.
VVD Olst-Wijhe noemt bestrijdingsmiddelen of spuitzonering niet in het verkiezingsprogramma. Wel schreef de partij: “We starten bouwprojecten, ook bij onredelijke bezwaren, omdat actie en realisatie belangrijker zijn dan stilstand.”
Twee maanden later ligt er een collegebesluit waar het college zelf in schrijft dat er een “reëel risico” is dat de juridische onderbouwing geen stand zal houden. Dat is geen onredelijk bezwaar van een omwonende. Dat is een door het bestuur zelf erkend juridisch risico. De vraag is niet of de VVD bouwprojecten wil. De vraag is of bouwen op een door het college zelf benoemd reëel juridisch risico hetzelfde is als doorzetten ondanks onredelijke bezwaren, of iets anders.
Pro Olst-Wijhe, in het verkiezingsprogramma als concreet voorstel: “We verbieden het gebruik van niet-biologische bestrijdingsmiddelen nabij locaties als wonen, onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang.” En: “Bestrijdingsmiddelen moeten zoveel mogelijk worden teruggedrongen.”
Twee maanden later mogen niet-biologische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt op vijf meter van een nieuwe woning aan de Scherpenzeelseweg en op nul meter (met haag) aan de Kloosterhoekweg. Het verbod uit het programma staat haaks op de uitkomst van het besluit.
Vier partijen. Vier verkiezingsprogramma’s waarin staat wat de inwoner van Olst-Wijhe mocht verwachten. Twee maanden later twee besluiten die op elk van die vier punten wringen. En tot nu toe geen enkele fractie die hierover publiekelijk een vraag aan het college heeft gesteld.
Beloofd is beloofd. Of zou je denken…….
Tot slot
Zes pijlers werd er één. Zeventien werd er vijf. En in Welsum werd nul.
Tenzij iemand voor de behandeling in de raad eindelijk zijn hand opsteekt. Niet om in te stemmen. Maar om te vragen waarom Olst-Wijhe een Kampense uitspraak gebruikt om dossiers te onderbouwen die op die uitspraak juist niet zouden hebben gepast.






