Drie jaar lang heeft Lexmond onderzoek gedaan. Hij organiseerde een vangsysteem zodat hij insecten kon tellen langs akker- en graslandranden in de Ooijpolder en de Duffelt. Akkers met een heg langs de rand doen het dubbel zo goed als akkers zonder heg. Akkers met bloemenranden doen het maar ietsie beter dan akkers zonder.
Lexmond dat het verschil tussen niks en bloemen nihil is omdat het altijd om eenjarig spul gaat dat ieder jaar weer geploegd of gefreesd wordt. Dan hebben de insecten geen stabiele schuilplekken. Heggen leveren het hele jaar door beschutting, voedsel en voortplantingsplekken.
Het onderzoek benadrukt dat lokale heg-plant-acties direct effect hebben op insecten in het omliggende landschap. Jaarlijkse bloemenstroken bieden minder constante hulp, omdat ze vaak pas later in het seizoen voedsel en schuilplekken bieden, en veel insecten hun levenscyclus niet kunnen voltooien.
Bloemenranden hadden in het begin een goed imago. Maar met het jaarlijkse frezen van de bodem maak je ook het ondergrondse mycelium kapot. Ook hoor je steeds vaker de redenatie dat je insecten lokt naar een bloemrijke zoom om een stuk akker waar juist gif gespoten wordt om insecten te doden.
Het onderzoek van Robin en collega’s werd gepubliceerd in Basic and Applied Ecology.
Bron: Radboud Universiteit






