De boerenzwaluw is een echte boerenlandvogel, dé luchtacrobaat van het erf. In schuren en stallen schieten ze behendig heen en weer, altijd op jacht naar insecten.
Het gezegde ‘vliegen de zwaluwen hoog, dan blijft het droog, vliegen ze laag, dan komt er regen vandaag’ is daarop gebaseerd. Zwaluwen vliegen daar waar de insecten zijn. Als er regen op komst is, is de lucht vochtig waardoor insecten zwaardere vleugels hebben en daardoor lager vliegen.
Zelfs drinken doen ze in volle vlucht, rakelings over het wateroppervlak.
In de periode van mei tot augustus broeden ze vaak in kolonies. Hun nesten, zorgvuldig gemetseld van klei en leem, hangen onder dakranden of in stallen. Het kan er dan een drukte van jewelste zijn.
In september verzamelen grote groepen zich voor de lange reis naar Afrika. Maar in april zijn ze er weer. En precies op 1 april zag ik de eerste boerenzwaluw. Het echte begin van de lente?





