Ik zat bij het raam van de bus ergens in het platteland van Salland, met dat gezicht dat veel Syriërs tijdens de oorlog leerden dragen; een gezicht zonder al te veel uitdrukking, alsof iemand zelfs voorzichtig is geworden met zijn eigen mimiek.
Achter het glas bewoog het leven zich in zijn gewone rust. Kinderen speelden bij huizen. Fietsen reden langzaam voorbij. Hoge bomen bewogen loom mee met de wind. Groene velden lagen onder een zachte zomerzon die bijna pijnlijk vredig aanvoelde.
En in mijn hand, op het kleine scherm van mijn telefoon, stortte tegelijkertijd een andere wereld volledig in.
Grijze stofwolken stegen op na een explosie. Geschreeuw. Gebouwen die openlagen alsof de oorlog hun muren met blote handen had opengetrokken. Een man die een kind, bedekt onder stof, in zijn armen droeg alsof hij een gebroken stuk van zijn eigen ziel vasthield.
Ik herinner me nog hoe ik toen opnieuw naar buiten keek door het busraam en plots voelde dat ik niet alleen tussen twee landen leefde, maar tussen twee parallelle levens die elkaar nooit zouden raken.
Zelfs de geluiden leken van verschillende planeten te komen.
Lichte lachjes hier…
Zware kreten van pijn daar.
Dat gevoel bleef me bijna elf jaar lang achtervolgen. Terwijl ik door de straten van Salland liep, met de trein door het landschap reisde of koffie dronk in een rustige Nederlandse stad, leefde er tegelijk een andere wereld in mij. Een wereld die totaal niet leek op de plek waar ik mij bevond.
Maar deze zomer gebeurde er iets vreemds.
Iets kleins misschien, maar diep vanbinnen verschoof er iets.
Het oogstseizoen begon opnieuw.
De zware geluiden van de maaidorsers vulden weer de landelijke wegen. De geur van stof, vermengd met droge graanhalmen, hing opnieuw in de lucht. Dat goudkleurige stof dat anders voelt dan stadsstof; zachter bijna, alsof het rechtstreeks uit de adem van de aarde zelf opstijgt.
En precies in diezelfde periode begonnen via WhatsApp filmpjes van de oogst uit Syrië binnen te komen.
Uit het platteland van Idlib.
Uit dorpen rond Hama.
Uit gebieden die, ondanks alles, langzaam opnieuw proberen te leven.
Dezelfde geluiden van de oogstmachines.
Hetzelfde stof.
Dezelfde graanvelden onder de zon.
En voor het eerst in jaren voelde ik niet dat die twee parallelle levens in mij met elkaar botsten.
Alsof ze eindelijk dichter bij elkaar begonnen te komen.
( Het verhaal gaat verder onder de foto )

De schaduw van een boom draag je soms je hele leven mee
Misschien komt dat omdat ik zelf een kind van het platteland ben.
Niet dat een stadsmens geen eigen warmte of heimwee kent. Steden dragen hun eigen ritme, hun cafés, hun geluiden, hun herinneringen. Sommige mensen slagen erin om zelfs tussen beton en asfalt een thuis te bouwen dat leeft en ademt.
Maar sommige mensen blijven, waar ze ook naartoe gaan, innerlijk verbonden aan de schaduw van een boom.
Ik denk dat ik altijd één van hen ben geweest.
Wanneer het leven in Syrië te zwaar werd, vluchtte ik niet naar drukke straten of volle pleinen. Ik ging naar de boerderij. Ik lag tussen het gras terwijl boven mij de druiventakken schaduw gaven tegen de zon. Ik keek naar het licht dat langzaam over de aarde verschoof en voelde daar, ver weg van mensen, hoe de wereld weer eenvoudiger werd.
Tot vandaag heb ik soms het gevoel dat de ochtenddauw van vroeger nog altijd aan mijn voeten kleeft. Alsof ik die ongemerkt heb meegenomen over grenzen, vliegvelden, oorlog, asielprocedures en nieuwe talen heen, om hem uiteindelijk hier, in het Sallandse landschap, opnieuw terug te vinden.
Misschien geloof ik daarom nog steeds dat sommige vormen van schrijven niet alleen uit het hoofd ontstaan, maar uit een oude relatie tussen mens en aarde alsof een pen soms eerst opnieuw zijn punt in de grond moet planten voordat hij werkelijk kan spreken.
Misschien is migratie daarom niet alleen een verplaatsing van een mens van het ene land naar het andere.
Soms is het een ziel die probeert haar oude ritme terug te vinden in een nieuw landschap.
In moderne steden kunnen mensen jarenlang leven zonder ooit aarde met hun handen aan te raken. Maar de relatie met grond is iets anders. Geen romantisch idee, maar een stille relatie tussen mens, tijd, seizoenen, wachten, angst en hoop.
Een boer weet dat een heel jaar arbeid soms afhangt van één nacht regen.
En hij weet ook dat echte dingen langzaam groeien.
Niet alleen gewassen.
Ook mensen.
Samenlevingen.
Vertrouwen.
Zelfs rust in het hart.







