China heeft in Europa een slechte naam als het gaat om duurzaamheid. Vaak wordt gewezen op de vele kolencentrales en grote CO2 uitstoot. Maar is dat beeld nog wel terecht? Of gebeurt er juist veel dat de wereldwijde verduurzaming versnelt?
Van boerensamenleving naar hightechgigant
Het is bijna niet meer voor te stellen, maar veertig jaar geleden was China nog een arm land, met hongersnoden als gevolg van de strikt communistische aanpak van Mao Zedong. Hoe anders staat het land er nu voor, als fabriek voor de hele wereld én voorloper in innovatie.
Hier in Europa probeert de fossiele industrie nog vrachtwagens op waterstof te promoten, daar is het besef dat alles elektrisch wordt al lang en breed doorgedrongen. En daar handelen ze naar, zie de razendsnelle opkomst van de elektrische vrachtwagen. Huawei heeft bijvoorbeeld net een snellaad plein met 126 laadpalen voor vrachtwagens opgeleverd:
(Lees verder onder foto)

Elektrificatie als nationale strategie
China heeft nauwelijks eigen olie of gas en weet ook dat kolen geen toekomst hebben. De zware luchtvervuiling door kolencentrales in steden als Peking maakte dat pijnlijk duidelijk. China erkent klimaatverandering en koos daarom al vroeg voor zonne-energie. Het zette al vroeg in op zonnepanelen, maakte ze steeds efficiënter en goedkoper, en begon ze te exporteren toen de binnenlandse markt verzadigd raakte. Een succesvolle aanpak, die door de enorme aantallen en consequente innovatie de panelen zo goedkoop maakte, dat ze de wereld ermee overspoelen.
Hetzelfde gebeurt nu met lithium-batterijen en power-elektronica. Die drie-eenheid zorgt ervoor dat elektrificatie in hoog tempo de fossiele energie verdringt.
De zon als motor van ontwikkeling
De combinatie van zon en opslag blijkt revolutionair, vooral voor armere landen. Zij hoeven geen dure energiecentrales of hoogspanningsnetten aan te leggen en ook geen olie of LNG te importeren.
Door lokale zonne-energie dalen energiekosten drastisch. Dat is extra krachtig omdat 75% van de wereldbevolking in de zogeheten Sunbelt woont: de brede zone rond de evenaar waar zonne-energie geen winterdip kent en stroom het hele jaar door beschikbaar is, met hulp van batterijen zelfs dag en nacht. (zie titelfoto)
In deze 148 zonrijke landen — waaronder China, India, Pakistan, Indonesië, Brazilië en vrijwel heel Afrika en Zuidoost-Azië — groeit zonne-energie explosief. En daarmee ook de economie.
De auto-industrie: een gok die goed uitpakte
China wil niet afhankelijk zijn van buitenlandse olie en gas. Maar er speelt nog iets: de Chinese auto-industrie zag dat het onmogelijk was om het niveau van de Duitse en Japanse verbrandingsmotoren snel te evenaren. Met elektrische voertuigen (EV’s) lag dat anders: een blanco nieuw terrein.
Dus zette de Chinese overheid een soort ‘wilde westen’-competitie op, met ruime financiering en weinig regels. Zo’n duizend bedrijven stapten in — vanuit een smartphone, batterij, koelkast of telecom achtergrond. Bedrijven met innovatieve research en sterk kostenbewustzijn, waarvan uiteindelijk alleen de meest succesvolle overleefden. Niet goedkope arbeidskrachten, maar vergaande robotisering en enorme schaalgrootte zorgen voor zeer lage prijzen. Resulterend in een overcapaciteit die nu wordt geëxporteerd. Eerst naar de EU en de USA, maar na recente protectie-maatregelen steeds meer naar ontwikkelingslanden.
(Lees verder onder foto)

Pakistan: een energierevolutie van onderop
Pakistan — het op vier na grootste land ter wereld — laat zien hoe in de Sunbelt er elke dag genoeg zon is voor volop elektriciteit, zelfs met slecht weer. Een zonnepaneel levert daar, dichter bij de evenaar en met het hele jaar door voldoende zon, wel twee keer zoveel als in Nederland.
Door de lage aanschafkosten (mede dankzij de nabijheid van China) kunnen steeds meer mensen zo in hun eigen elektriciteit voorzien. Omdat mensen “off-grid” zijn betalen ze geen belastingen, transportkosten of vastrecht. Na hun investering hebben ze gratis stroom. Veel systemen gebruiken loodaccu’s uit sloopauto’s, maar door de snel dalende prijs van lithiumbatterijen zijn die in opkomst.
(Lees verder onder foto)

Het belangrijkste is: het systeem is schaalbaar. Eén paneel en soms een oude accu werkt al, maar uitbreiden kan altijd. Zo is er een energierevolutie van onderop ontstaan — geen nationale aanpak, maar vanuit huishoudens en kleine ondernemers. Daarmee is in de laatste anderhalf jaar het elektriciteitsgebruik al met de helft toegenomen. Zelfs in de steden zien mensen af van hun dure, onbetrouwbare energieleverancier: door een terugverdientijd van 2 à 4 jaar al snel de moeite.
Het lijkt sterk op hoe mobiele telefonie in Afrika de vaste lijn oversloeg: geen dure nationale infrastructuur, maar direct een gedistribueerd netwerk. Steeds meer landen in de Sunbelt, vooral in Afrika, volgen dit pad. Dit is geen niche oplossing, maar een nieuw ontwikkelingsmodel voor energie.
Vooruitblik: een CO2‑arme groei voor 75% van de wereld
Opkomende economieën elektrificeren veel sneller dan verwacht. Ze slaan de fossiele tussenfase grotendeels over en gaan rechtstreeks van soms menselijke of dierlijke kracht, naar elektrische energie.
China levert daarvoor de zonnepanelen, batterijen en powerelektronica. China levert ook elektrische vervoersmiddelen, momenteel vooral scooters. Nu ook elektrische auto’s, gevolgd door bussen en later vrachtwagens. Voor driekwart van de wereldbevolking kan zo een CO2-arme energie‑ en vervoersstructuur ontstaan. De schaalgrootte van China — plus deze wereldmarkt — maakt de technologie steeds goedkoper, waardoor de overstap steeds meer versnelt.
China laat zien dat wie resoluut kiest voor elektrificatie, straks ook economisch de lijnen uitzet. De vraag is dus niet of wij China moeten kopiëren, maar of we bereid zijn dezelfde keuze te maken. Want in een wereld die razendsnel elektrisch wordt, bepaalt die keuze simpelweg of we economisch mee blijven doen — of toekijken vanaf de zijlijn.







