In een nacht in 2013 liep ik door de straten van mijn geboortestad Saraqeb, terwijl de raketgranaten om mij heen neerkwamen alsof het een slecht geregisseerde fantasiefilm was. Angst had zijn gezag verloren, en de dood was een alledaagse mogelijkheid geworden die geen verbazing meer opriep. Op dat moment waren mijn kansen om Syrië te verlaten gelijk aan nul. Ik stelde mijzelf een harde, heldere vraag: eindigt mijn levenslijn hier? Is de horizon definitief gesloten voordat ik ook maar iets van mijn ambities en dromen heb voltooid?
Ik voelde niet dat ik me had overgegeven. Integendeel. Ik voelde dat elke cel in mijn lichaam vocht, zich vastklampte aan het leven alsof het een dagelijkse beslissing was waarvan niet kon worden afgeweken.
Ik heb gewild dat dit moment een boodschap zou zijn voor iedereen die dacht dat de horizon voor hem gesloten was: oordeel niet over je leven vanuit de hoek van de duisternis.
Vandaag, terwijl ik kandidaat ben in de gemeente Olst het dorp waar ik opnieuw ben geboren weet ik dat de afstand tussen die nacht en deze ochtend geen wonder was, maar een vasthouden aan het leven
Tussen twee vragen
Er zijn twee vragen die mij al jaren hardnekkig achtervolgen. De eerste is bijna een terugkerend ritueel, soms uitgesproken met onschuld en soms met politieke nieuwsgierigheid: “Ga je ooit terug naar Syrië nu het bevrijd is van de dictator?” De tweede is recenter, maar niet minder zwaar: “Waarom stel je je kandidaat voor de gemeenteraad van Olst?”
Tussen deze twee vragen strekt zich geen geografische afstand uit, maar een volledig leven. Een tijd gevuld met taal, twijfel, verlies, wederopbouw, identiteit en een groeiend gevoel van verantwoordelijkheid. Een periode waarin ballingschap veranderde in een dagelijkse praktijk van burgerschap.
Een leven in de ruimte ertussen
Ik ben geboren in Syrië, maar soms zeg ik dat ik in Olst opnieuw ben geboren. Niet omdat het verleden verdwenen is, en ook niet omdat herinneringen kunnen worden uitgewist, maar omdat hier een tweede begin mogelijk werd.
In de straten van dit dorp leerde ik de Nederlandse taal, maar ik leerde ook iets dat dieper gaat dan taal: het verschil tussen spreken en zwijgen, tussen kritiek en wantrouwen, tussen politiek als angst en politiek als instrument.
Mijn eerste jaren hier begonnen niet met politieke ambitie, maar met een poging tot begrijpen. Hoe functioneert een staat waar de overheid niet wordt gevreesd maar bevraagd? Hoe verandert een gemeentelijk besluit dat gisteren werd genomen vandaag in een concrete handeling op straat? Hoe worden inspraakbijeenkomsten aangekondigd in plaats van gefluisterd?
Ik, die mijn hele leven in mijn moederland heb geleerd te liegen tegen het nieuws zelfs in de weerberichten. Allemaal vragen waar velen die hier aankwamen en zich vestigden misschien ook over hebben nagedacht. Vragen die sociaal lijken, maar in hun kern een herdefiniëring zijn van de relatie tussen burger en staat.
Ja, ik heb politiek geleerd op de grootste school ervan: de oorlog. Daar zie je hoe beleid heen en weer slingert, en hoe belangen belangrijker worden dan menselijk leven. En daar leer je ook je hand op te heffen tegen onrecht, zelfs als de uitkomst je dood of je verbanning uit je land is.
Schrijven als doorgangsruimte
Dat traject heeft mijn schrijven gevormd. Ik begon journalistiek te bedrijven vanaf het eerste jaar van mijn aankomst in Olst. Dat was moeilijk voor een nieuwkomer, maar met veel inspanning en vervolgens met een beetje hulp van het geluk ben ik begonnen.
Ik schreef verhalende columns over integratie, niet als administratieve term, maar als menselijk proces. Ik schreef over kleine ontmoetingen in de supermarkt, over misverstanden op schoolpleinen, over de stille afstand tussen buren die elkaars taal niet spreken maar wel elkaars leven delen.
Ik schreef over succesvolle nieuwkomers met verschillende culturele achtergronden, en ook over de problemen. Ik werkte eraan om zoveel mogelijk mensen te betrekken zodat zij de moed zouden hebben zichzelf op papier te zetten: hun gevoelens, hun projecten, hun relatie met deze samenleving, hun stille vragen.
En mijn grootste zorg sinds mijn aankomst tot nu toe is geweest: hoe verklein ik de afstanden tussen mensen van verschillende culturele achtergronden in mijn gemeenschap in Olst, en in Salland in het algemeen? En hoe maak ik de gedeelde ruimtes groter?
Uit die behoefte aan dialoog werd het platform “Damast” geboren: een ruimte om verhalen te delen en deuren te openen tussen de lokale gemeenschap en de gemeenschap met diverse culturele achtergronden. Het was geen ideologische oproep, maar een oproep tot verbinding. Geen slogans, maar gesprekken.
De vraag die niet verdwijnt
En toch, telkens wanneer het gesprek persoonlijk wordt, keert de vraag terug: “Maar… ga je terug?”
De vraag is begrijpelijk. In veel migratieverhalen wordt terugkeer voorgesteld als een moreel eindpunt. Alsof blijven tijdelijk moet blijven om legitiem te zijn. Alsof wortels niet opnieuw mogen groeien.
Soms zie ik de vraag alsof zij automatisch, robotachtig wordt uitgesproken, zonder gezicht en zonder menselijke vorm. Met alle respect voor wie haar stelde het gaat niet om de personen, maar om de houten vraag zelf. Een vraag die aanvoelt als een dissonant metalen object, vuil, in een olieverfschilderij waarvoor de schilder zich heeft uitgeput: kersenbloesems, formaties ganzen boven de rivier de IJssel, het gelach van kinderen die de school verlaten, een oudere buurvrouw die bijna viel en wier hand ik vastpakte, een vriend die mijn hand vastpakte toen ik bijna viel.
Ik zal het verhaal niet nog poëtischer maken, maar hoe ik ook probeer een logische vergelijking voor deze vraag te vinden, zij duwt mij ondanks mezelf richting emotie.
Misschien ziet degene die de vraag stelt niet wat er in de tussentijd is gebeurd: de kinderen die hier naar school zijn gegaan. de eerste belastingaangifte die zonder hulp werd ingevuld. de dag waarop je je buurman niet langer als “Nederlander” ziet, maar als “Jan” of “Martin”.
Terugkeer is geen logistieke beslissing, maar een existentiële vraag. Syrië is mijn taal, mijn herinneringen, mijn eerste vorming, en de liefde die mijn aderen vult. Maar Olst is mijn heden. En politiek wordt niet gebouwd op de plaats van geboorte, maar op de plaats waar verantwoordelijkheid wordt gedragen.
Van observatie naar participatie
Toen ik besloot mij kandidaat te stellen voor de gemeenteraad van Olst, zagen sommigen dat als een definitieve keuze. Alsof politieke participatie een officiële afscheidverklaring van het eerste vaderland betekent.
Voor mij was het geen breuk, maar een natuurlijk vervolg.
Wie jarenlang schrijft over het belang van participatie kan niet voor altijd aan de zijlijn blijven staan. En wie mensen met diverse culturele achtergronden oproept zich te engageren, moet bereid zijn zelf een stap naar voren te zetten. Niet als symbool, maar als burger.
Zelfs als je kansen op succes nul zijn, maar je erin slaagt al is het maar de aandacht te trekken van een deel van de samenleving, van degenen die misschien denken dat hun culturele achtergrond hen niet toestaat deel uit te maken van het maatschappelijke weefsel, dat zij handelend subject kunnen zijn en niet slechts object.
De gemeenteraad is geen groot nationaal podium. Het is de plaats waar verkeersveiligheid, huisvesting, jeugdbeleid en ontmoetingsruimtes worden besproken. Precies daarom is zij belangrijk. Hier wordt “samenleven” tastbaar.
Mijn kandidatuur is geen ontkenning van een verleden, maar een erkenning van een heden.
Het schijnbare contrast
Het contrast tussen de twee vragen terugkeer of kandidatuur is misschien minder scherp dan het lijkt.
De eerste vraag vertrekt vanuit afkomst. De tweede vanuit betrokkenheid.
Maar identiteit is geen nulsom. Trouw aan herinneringen sluit verantwoordelijkheid tegenover de samenleving waarin je leeft niet uit. Integratie betekent niet vergeten, maar deelnemen.
Wie mij vraagt of ik terugkeer, vraagt in werkelijkheid: Waar hoor je thuis?
En wie mij vraagt waarom ik mij kandidaat stel, vraagt: Durf je hier verantwoordelijkheid te nemen?
Mijn antwoord op beide vragen is hetzelfde: Verbondenheid is waar je bijdraagt.

Olst als tweede geboorte
Olst is geen bruisende stad. Het is een dorp waar mensen elkaar kennen, waar discussies persoonlijk blijven, en waar verschillen zichtbaar worden in plaats van verdwijnen.
Hier leerde ik dat democratie niet alleen in hoofdsteden leeft, maar in gemeentehuizen, in schoolbesturen, en in buurthuizen.
Hier wordt een besluit besproken door mensen die elkaar later weer bij de bakker zullen ontmoeten.
Voor iemand die opgroeide in een systeem waar politiek afstand en angst betekende, is dit niet vanzelfsprekend. Het is een ontdekking.
Wat verder gaat dan een persoonlijk verhaal
Mijn kandidatuur gaat niet alleen over mij. Zij maakt deel uit van een bredere vraag: Voelen burgers met verschillende culturele achtergronden zich mede-eigenaar van de lokale democratie? Zijn zij slechts onderwerp van debat, of ook onderdeel ervan?
De vergelijking is duidelijk in mijn hoofd: misschien win ik deze verkiezingen niet, maar iemand anders zal zich kandidaat stellen, en bij de volgende poging of die daarna zal hij of zij winnen, en het ontbrekende stuk in het brokaatweefsel dat onze samenleving vertegenwoordigt zal worden voltooid, en de draden zullen sterker met elkaar worden verweven.
Het is gemakkelijk om participatie te bepleiten in artikelen. Moeilijker is het om verantwoordelijkheid te dragen wanneer het moment van stemmen aanbreekt.
Misschien ligt hier de ware brug tussen de twee vragen: niet of ik terugkeer, maar of ik bereid ben hier volledig aanwezig te zijn.
Geen einde maar een keuze
Zal ik ooit terugkeren naar Syrië? Ik weet het niet.
Het land waar ik ben geboren zal altijd deel van mij blijven. En ik geef toe dat heimwee nostalgie mij ’s nachts vermoeit tot ik soms niet kan slapen, en het gezicht van mijn geboortestad Saraqeb voor mij staat. Maar de ochtend wordt onmiddellijk ingenomen door het beeld van Olst, en een stem die altijd zegt: er is iets wat je moet doen.
Mijn inzet vandaag ligt hier in de straten van Olst, in gesprekken met buren, in de gemeenteraad waarvoor ik mij kandidaat stel.
Tussen terugkeer en vertegenwoordiging bestaat geen conflict, maar een traject. Een reis waarin een vluchtverhaal veranderde in een verhaal van burgerschap.
En misschien is dit het laatste antwoord op beide vragen samen: niet waar ik was, maar waar ik nu verantwoordelijkheid draag.








1 reactie
Marian Vlierhuis
Beste Hasan,
wat heb je jouw situatie weer treffend verwoord.
In verbinding….alle lijntjes aan ervaringen komen bij elkaar….
Doorleefde woorden die raken en tot kunst leiden.
Dank voor het delen !