De ervaring: van geen last tot flinke jeuk
-
Ongeveer één op de drie deelnemers geeft aan geen last te hebben gehad van de rups
-
Tegelijk zegt een kwart juist veel overlast te hebben ervaren, vooral jeuk
-
Die klachten doen zich met name voor in het buitengebied
Opvallend eensgezind: liever geen gif
bijna alle deelnemers zijn kritisch op het doodspuiten, zelfs met biologische middelen.
“Dan gaan ook alle andere rupsen eraan.”
de oplossing raakt niet alleen de probleemsoort, maar ook het bredere ecosysteem.
Natuurlijke aanpak krijgt breed draagvlak
-
meer biodiversiteit
-
natuurlijke vijanden zoals koolmezen
-
bloeiende bermen en hagen
-
variatie in beplanting
Als de natuur in balans is, wordt de rups vanzelf in toom gehouden.
Geduld als investering
“Het mag best een paar jaar wat erger zijn, als we maar stoppen met spuiten.”
-
“Uitroeien”
-
“Spuiten zodat ze niet terugkomen”
-
“Zo natuurlijk mogelijk bestrijden”
-
“Meer bomen en vogelhuisjes voor koolmezen”
-
“Bloeiende bermen, hagen en natuurvriendelijke landbouw”
-
“Ecologisch, zoals in Deventer”
-
“Alleen bestrijden waar het echt nodig is (scholen, zorginstellingen)”
-
“Combinatie van natuurlijke bestrijding en gerichte maatregelen”
“De rups is een symptoom van een onnatuurlijke monocultuur.”
-
meer variatie in bomen
-
minder lange rijen eiken
-
ruimte voor andere soorten
“Niet zo mekkeren over een beetje overlast.”
De meeste mensen willen af van symptoombestrijding en toe naar systeemherstel.
-
minder spuiten
-
meer natuur
-
meer balans
-
tijdelijk meer overlast
-
een langere adem
en meer een signaal.
maar in de natuur zelf.






