In alle onderzochte 17 planten is een cocktail van pesticiden gevonden. Uit onderzoek van PAN-NL blijkt, dat in 2026 gangbare tuinplanten voor insecten nog even onveilig zijn als in de voorafgaande jaren.
Margriet Mantingh, voorzitter PAN-NL: “Veel mensen gunnen bijen en hommels het beste maar geven ze zonder te weten hun laatste avondmaal.”
Zorgwekkende resultaten
De onderzochte planten – waaronder lavendel, vlinderstruik, klokjesbloem en rozemarijn – bevatten gemiddeld 7,3 verschillende resten van bestrijdingsmiddelen (residuen) per plant. In totaal:
82% van de planten bevatte één of meerdere insecticiden
82% bevatte PFAS-pesticiden
82% bevatte zogeheten Kandidaten voor Vervanging (KvV)
13 stoffen zijn geclassificeerd als zeer gevaarlijke pesticiden (HHP)
88% van de tuinplanten bevatte cocktails van insecticiden, KvV, PFAS-pesticiden en HHP
Dodelijk voor insecten
De aanwezigheid van giftige insecticiden zoals flupyradifurone, flonicamid en cyantraniliprole is bijzonder zorgwekkend. Deze middelen zijn voor een deel zo toxisch dat ze volgens gebruiksvoorschriften niet overdag op bloeiende planten mogen worden toegepast vanwege het gevaar voor bestuivers zoals bijen en hommels, of het middel mag niet op bloeiende planten gespoten worden, ook bloeiend onkruid moet eerst verwijderd worden. Toch werden deze insecticiden aangetroffen in planten die juist bedoeld zijn om insecten aan te trekken. De gemeten concentraties kunnen volgens PAN-NL bij contact dodelijk zijn voor nuttige insecten.
Top 3 meest vervuilde planten
Plaats 1 Praxis: klokjesbloem met 13 verschillende residuen en een gedeelde plaats 2 en 3 Welkoop: muurbloem met 12 residuen en Intratuin: rozemarijn met 12 residuen. Bij Intratuin werd bovendien het hoogste totale pesticidengehalte gemeten: 106,6 mg/kg, waarvan 102 mg/kg van het fungicide propamocarb.
Biologische tuinkruiden
In deze steekproef zijn ook 2 biologische kruiden op bestrijdingsmiddelen onderzocht. In biologische rozemarijn werden geen residuen gevonden. In biologische munt werden wel toegestane middelen aangetroffen waaronder een opvallend hoge concentratie van de synergist PBO. Ook werd een laag gehalte van een verboden fungicide gevonden, dat vermoedelijk van naburige bespoten gangbare percelen afkomstig is.
Beleid schiet tekort
Volgens PAN-NL houdt het huidige toelatingsbeleid van het Ctgb onvoldoende rekening met residuen op planten die uiteindelijk in tuinen en parken terechtkomen. De focus ligt vooral op toepassing tijdens de teelt, niet op de gevolgen daarna. Ook is de verwaaiing van synthetische pesticiden vanuit naburig gelegen behandelde percelen voor de kwaliteit van biologische planten een toenemend risico waartegen de overheid geen maatregelen neemt.
Oproep tot actie
PAN-NL concludeert dat de sierteeltsector nog steeds planten produceert die een bedreiging vormen voor insecten. Dit terwijl insectenpopulaties de afgelopen decennia met circa 75% zijn afgenomen. Afgelopen week bleek nog uit onderzoek dat meer dan 20% van de bijenvolken de winter niet meer overleeft. Onderzoekers vonden 64 verschillende pesticiden in hun verontreinigde wintervoorraad honing. De tuinbranche en tuincentra beloofden afgelopen jaar toe te werken naar een duurzamere sector met 70% onbespoten planten in 2030. Dat we afgelopen jaren en nu ook in 2026 nog steeds in 9 van de 10 tuinplanten giftige pesticiden aantreffen betekent dat de sector vanaf dit jaar echt serieus moet versnellen en afscheid moet nemen van telers die onder de maat blijven presteren.
PAN-NL roept op tot:
- uitfasering van de meest giftige pesticiden;
- Europese maximale residulimieten voor sierteeltproducten;
- financiële steun voor telers om over te stappen op biologische teelt;
- actieve inzet van de sector om vervuiling te voorkomen.
Daarnaast adviseert PAN-NL consumenten en gemeenten om altijd te vragen naar onbespoten planten en geen bespoten planten, zgn “Gifbommen voor insecten” te kopen.
Klik hier voor het onderzoek







