Een ecosysteem van ideeën
De essays grijpen in elkaar als wortels in de bodem. Elk stuk voegt iets toe aan het geheel:
- wat verstaan we onder een ecologische samenleving
- hoe zijn we de ecologie uit het oog verloren
- hoe landbouw en industrie koplopers werden van vernietiging
- hoe het kapitalisme zich ontwikkelde tot een systeem dat grenzen negeert
Maar het blijft daar niet bij. Het boek wijst ook vooruit. Naar hoe het anders kan — en moet. Nieuwe landbouw. Nieuwe industrie. Een andere economie.
De rol van onderwijs
Onderwijs krijgt veel aandacht in ‘De ecologische Samenleving’. Logisch, want je doet pas wat als je het snapt en je snapt het pas als je het ziet.
Het huidige onderwijssysteem wordt stevig bekritiseerd: een afrekencultuur waarin rendement centraal staat, doorstroomcijfers, efficiëntie. Hoe meer leerlingen en studenten je er doorheen jaagt, hoe beter het lijkt te gaan.
Zelfs het idee van “het kind centraal” wordt ter discussie gesteld. Want zonder grenzen wordt dat een leeg begrip. Je hebt er niks aan centraal te staan als je niet mee krijgt dat de ecologie een grens is, eentje van leven of dood. Geen egologie maar ecologie.
De kracht van verhalen
Wat we nodig hebben zijn verhalen, veel verhalen en nog meer verhalen. Ik kreeg in de jaren 70 al ‘grenzen aan de groei’ onder ogen. Op de mavo. En maakte toen een werkstuk over dat het er slecht voorstaat, dat we fossiele energie moesten afschalen.
Maar met die ‘grenzen aan de groei’ van toen, hebben we geen donder gedaan. Dat moet nu maar eens anders.
Als je een groep mensen vanuit het heden oplossingen laat bedenken en je vraagt een andere groep mensen naar oplossingen alsof ze de toekomstige generatie zijn, dan is die laatste groep bereid tot veel radicalere actie.
Daarom moeten we verhalen vertellen, mensen uitleggen dat het nog kan, maar morgen niet meer. De aarde gaat wel verder, maar met de mens loopt het dan slecht af. Als we dat begrijpen, dan zou het zo maar eens kunnen zijn dat we eindelijk willen inzien dat de grens bereikt is.






