We strooien in Nederland achteloos met Engelse woorden waarvan we eigenlijk geen idee hebben wat we precies zeggen. We “updaten” even iets, zetten een “timer”, drinken een “smoothie”, doen een “work-out”, sturen een “pushbericht”, gebruiken een “browser”, bellen via “Bluetooth”, en eindigen de dag met “streaming”. Geen mens die nog beseft dat “Bluetooth” letterlijk blauwe tand betekent. Of dat “deadline” oorspronkelijk een lijn was waar je overheen geschoten werd. Maar wel heel modern natuurlijk.
En dan heb je nog de merk- en productnamen. Hondenbrokjes heten ineens Pedigree Pal. Dat klinkt chique, maar je moet maar net weten dat “pedigree” gewoon stamboom betekent. Alsof je hond na een bak brokken ineens prinselijk Engels gaat blaffen. Ook “vanisher” klinkt indrukwekkend, maar het is gewoon: spul dat dingen laat verdwijnen.
En in de digitale wereld is het helemaal raak. We klikken vrolijk op “windows”—ons raam op de wereld—zonder dat iemand nog denkt aan gordijnen, glas-in-lood of een lap glassex. We praten over een “proxy” (wie kent de definitie nog uit het hoofd?), en typen iedere dag tientallen “e-mails”, wat oorspronkelijk “electronic mail” was. Maar geen brievenbus aan te pas gekomen.
Laatst zag ik de vertaling van Praxis. De Grieken bedoelden er ooit iets mee als: in de praktijk brengen of oefenen. En dat is ook gewoon Duits. Dat was even schrikken. Koop ik daar een paar dozen schroeven en een stuk hout, denkt de winkel dus dat ik thuis nog even ga oefenen?
Nee hoor, ik ben geen stagiair klussen. Ik ben een volwaardig, hoogwaardig, zelfverklaard vakman. Mijn schroeven gaan er in één keer recht in. Mijn zaag snijdt strak. Ik oefen niet; ik voer uit.
Maar goed, ik kan het de winkelbedienden niet eens kwalijk nemen. Want datzelfde ongemak had ik laatst bij de Hubo. Sta ik daar fier met mijn bouwmaterialen, zegt de mevrouw achter de toonbank:
“Succes!”
Pardon? Succes?! Ik ga niet mijn eerste parachutesprong maken of zo.
Had ik laatst ook op het werk. Ik liep voor een college de docentenkamer uit naar de collegezaal. Zegt een collega: “Sterkte.” Ik ga niet naar een openhartoperatie!
Ik dwaal af. Misschien is het wel zo: woorden slijten. We gebruiken ze zó vaak dat we vergeten wat ze betekenen. “Succes” wordt een soort stopwoordje. “Praxis” klinkt gewoon stoer. En “deadline” klinkt alleen nog haastig en productief, niet langer als een lijntje in het veld waar vroeger de doodstraf op stond als je eroverheen liep.
Ik kan melden dat het kippenhok geslaagd is. Alleen klemt de deur wel een beetje.







1 reactie
Henny Smeenk-Smale
Sommige mensen kunnen je dusdanig het bloed onder de nagels vandaan halen, dat ‘sterkte’ best op z’n plaats is als je tracht ze enige wijsheid bij te brengen. In een grijs verleden was ik docent machineschrijven, tikjuf zo je wilt. Ik heb eens één groep gehad waarbij ik ooit verzuchtte dat ik er geen salaris verdiende, maar dat ik er smartengeld voor kreeg.