Ooit was de Overijsselse Vecht een kilometers brede, ‘zichzelf vlechtende’, natuurlijke regenrivier. Het brongebied van de Vecht begint in de kalksteenheuvels aan de voet van de Baumbergen in het Münsterland. Tijdens de zomerperiodes kronkelde het water traag door een landschap van bossen, heide, en akkers, terwijl het in de wintermaanden vaak veranderde in een ruige dynamische rivier met een sterke stroming.
De Vecht, samen met de Dinkel en de Regge, waren ooit echte levensaders van onze provincie. De mensen langs de Vecht kenden de voor- en nadelen van het water. Ze wisten dat ze hun huizen en onderkomens op de hogere delen moesten bouwen. Maar ook wisten ze dat ze dankzij het hoge water ‘gratis mest kregen’, dat er door de achtergebleven slipdeeltjes ook kruidenrijke weiden ontstonden, waar ze er koeien konden laten grazen.
Aan het einde van de 19e-, begin van de 20e eeuw, is men begonnen om de Overijsselse Vecht te kanaliseren, hierdoor is het rivier(eco)systeem sterk verarmd. De rivieren werden toen geabnormaliseerd, zou je kunnen zeggen!
Van alle (‘vlechtende’)bochten (meanders genoemd) in de Vecht zijn er toen 69 afgesneden. Daarmee is de oorspronkelijke lengte van de rivier, in Nederland, teruggebracht van 90 naar 60 km. Ook zijn er toen stuwen aangelegd en de oevers werden vastgelegd met steenbestorting. Dit alles heeft de rivierdynamiek van de Overijsselse Vecht sterk beïnvloed.
Gelukkig wordt er, vanuit waterveiligheid, nu weer gestreefd naar een meer natuurlijk(er) riviersysteem. Oude afgesneden bochten worden weer hersteld, en nieuwe nevengeulen worden aangelegd, om de rivier tijdens natte perioden, als er veel water afgevoerd moet worden, weer wat meer ruimte te geven.
Momenteel verandert het klimaat snel, de zomers worden droger, en de herfst en winters natter, met zowel in de zomer, als in de winter vaak grote extremen. Om in te spelen op de gevolgen van deze klimaatverandering zullen de rivieren weer robuust en natuurbestendig gemaakt moeten worden.
Naast het klimaat zijn er ook grote opgaven op het gebied van natuurherstel en biodiversiteit, daarom wordt er landelijk gewerkt aan een transitie, wat genoemd wordt “Ruimte voor de rivier”. Ook aan de Vecht en de Regge wordt alweer jaren gewerkt er weer een (half)natuurlijke regenrivier van te maken. Daarbij hoort een rivier die weer kan en mag meanderen, ook tijdens langdurige regenperiodes mag het water van deze rivieren weer vaker buiten haar oevers treden.
Ecologisch gezien is dit ook heel goed. Ecologisch gezien is het zelfs een zegen. Zo werd dat vroeger ook door onze voorouders gezien. De Vecht overstroomde toen jaarlijks over een heel groot oppervlak.
Nog steeds is het belangrijk dat het achterland van de Vecht regelmatig overstroomt. Samen met het Vechtwater komen er namelijk ook mineralen mee uit de kalksteenheuvels van het brongebied van de Vecht, in het Duitse Münsterland. Deze kalkdeeltjes zorgen voor een verhoging van het ph-gehalte in de verzuurde en kalkarme bodem. Voedselarme en basenrijke plekken zijn doorgaans zeer bloemrijk. De daar van nature voorkomende stroomdalflora kan niet tegen te zure omstandigheden.
Door overstromingen van grote delen langs de Vecht, komt er afzetting van vers basenrijk zand. Dit geeft weer kiemingsmogelijkheden voor o.a. onze embleemsoort Steenanjer (vechtdalanjer), wilde tijm, grasklokje en b.v. geel walstro.
Ecologisch gezien zou het nog steeds heel goed zijn als het water, het liefst zelfs weken lang, zou blijven staan en langzaam de grond in zou trekken. Het geeft ook weer een enorme impuls aan de grondwaterstand.
Een groot deel tussen Ommen en Hardenberg is een Natura 2000-gebied, vooral daar wordt gestreefd weer een halfnatuurlijke laagland rivier te creëren. Een meer dynamische rivier is daarbij essentieel. Ook zal er in droge tijden, die zeker weer gaan komen, voldoende waterbuffer moeten zijn. Vroeger was hoogwater een vrijwel jaarlijks terugkerend iets en een natuurlijk onderdeel van het systeem waar boeren van profiteerden.
Waterschappen zijn in Nederland nog steeds aansprakelijk voor zogeheten ‘natschade’ bij landbouwpercelen. De noodgemalen draaien momenteel ook op volle kracht om rivierwater uit de Vecht zo snel mogelijk weg te voeren. Die snelle afvoer zou anders moeten! Stonden vroeger sommige graslanden wekenlang blank, tegenwoordig duren overstromingen meestal niet langer dan een paar dagen. Dat maakt een groot verschil. Als het water langzamer wegvloeit is dat niet alleen beter voor de bezinking van het kalkrijke slib, maar de grondwaterstand wordt zo ook weer aangevuld. Het is een belangrijke voorraad voor de droge tijden die zeker komt!
Kortom, (extreme) hoogwaterperiodes zijn zeker lastig en misschien zelfs rampzalig voor onze moderne westerse samenleving, maar het is een zegen voor onze kwetsbare en onder druk staande ecologische systemen.






