Opvallend verschijnsel deze weken zijn de grote witte spinsels die complete struiken of takken lijken in te pakken. In veel gevallen gaat het om de spinselmot, ook wel stippelmot genoemd. Ze maken webben als bescherming tegen vijanden zoals vogels. Soms kunnen struiken tijdelijk helemaal kaalgevreten worden, maar meestal herstellen die zich verrassend snel zodra de rupsen verpopt zijn.
Sluipwespen, roofkevers en andere natuurlijke vijanden helpen mee om de aantallen onder controle te houden. Als je ze niet doospuit tenminste, wat deze dagen en weken ook weer volop gebeurt. Want maïs en raaigras hebben voorrang, daar moeten insecten voor dood. Ecocide op het Sallandse platteland…
Andere foto’s in de appgroep lieten kleine vraatzuchtige larven zien op onder meer kamperfoelie. Maar zijn dat wel rupsen? Nee, het zijn bladwesplarven. Ze lijken sterk op vlinderrupsen, maar verschillen onder meer in het aantal pootjes. En ze kunnen behoorlijk effectief zijn in het kaalvreten van planten.
Webben in het gras
En dan die spinsels laag boven het gras, extra zichtbaar geworden door de ochtenddauw. Daar zijn vermoedelijk hangmatspinnen aan het werk geweest. Die maken platte, bijna zwevende webconstructies met daarboven een wirwar van draden. Insecten raken daarin verstrikt en vallen vervolgens in het hangmatje terecht. Door dauwdruppels worden die kunstwerkjes ineens zichtbaar, alsof er ’s nachts iemand een compleet netwerk van zilveren draadjes over het gras heeft gespannen.
Een natuur die uit de pas gaat lopen
Bovenstaande is ‘gewoon’ de natuur, maar ecologen nemen waar dat het systeem uit de pas aan het lopen is. Door fossiele brandstof, stikstofuitstoot en ecocide via de gifspuit op het platteland, verandert het klimaat en storten ecosystemen in. Dat leidt tot fenologische mismaches: de natuurlijke timing van soorten begint uit synchronisatie te raken.
Door warmere winters en vroege lentes komen sommige insecten steeds eerder uit hun eitjes, terwijl bomen en planten daar niet altijd even snel in meegaan. Of juist andersom: bomen lopen eerder uit, terwijl vogels die van rupsen leven nog onderweg zijn uit Zuid-Europa of Afrika.
En dat kan grote gevolgen hebben. Rupsen kunnen bijvoorbeeld precies op het verkeerde moment verschijnen, waardoor jonge blaadjes extra kwetsbaar worden. Of jonge vogels missen juist de piek van insecten waar hun jongen van moeten leven.
Klimaatverandering verandert daarmee niet alleen het weer, maar ook het ritme van het leven zelf.











