Denemarken laat al tientallen jaren zien dat minderheidskabinetten niet alleen werkbaar zijn, maar zelfs de kwaliteit van de democratie kunnen versterken. In het sociaaldemocratisch zeer sterke Denemarken is dat de norm. Dus geen paniek in Den Haag graag.
Waar in veel landen wordt geregeerd vanuit de logica van macht en meerderheid, werkt Denemarken vanuit een andere democratische reflex: regeren is overtuigen, niet afdwingen. Minderheidskabinetten zijn daar geen uitzondering, maar de norm. Dat is geen toeval, maar het resultaat van een politieke cultuur die compromis en parlementaire betrokkenheid serieus neemt.
Het Deense systeem draait op het principe van negatief parlementarisme: een regering hoeft geen meerderheid vóór zich te hebben, zolang er geen meerderheid tégen haar is. Dat dwingt kabinetten om voortdurend steun te zoeken in het parlement. Niet één keer bij een coalitieakkoord, maar bij elk belangrijk wetsvoorstel. Het parlement is daardoor geen applausmachine, maar een actieve medewetgever.
Critici stellen dat dit leidt tot vaag beleid of politieke verlamming. De praktijk bewijst het tegendeel. Denemarken wist onder minderheidskabinetten ingrijpende hervormingen door te voeren op het gebied van verzorgingsstaat, arbeidsmarkt, klimaat en migratie. Juist omdat beleid niet wordt doorgedrukt door een numerieke meerderheid, ontstaat er vaak breder draagvlak en grotere duurzaamheid.
De vergelijking met Nederland is pijnlijk. Hier worden regeerakkoorden dichtgetimmerd, waarna het parlement zichzelf reduceert tot uitvoeringsloket. Afwijkende meningen binnen coalities gelden als bedreiging in plaats van verrijking. Dat leidt niet tot stabiliteit, maar tot politieke vervreemding.
Een minderheidskabinet vereist iets wat in veel landen schaars is geworden: politieke volwassenheid. Het vraagt om vertrouwen, inhoudelijke debatcultuur en de bereidheid om macht te delen. Denemarken bewijst dat dit geen naïef ideaal is, maar een realistisch alternatief.
Misschien is de echte vraag niet of minderheidskabinetten wenselijk zijn, maar of onze politieke cultuur volwassen genoeg is om ermee om te gaan.
Conclusie
-
☑️ Minderheidskabinetten zijn in Denemarken de norm, niet de uitzondering.
-
☑️ Dit komt door het proportioneel kiesstelsel, de veelheid aan partijen en het principe van negatieve parlementarisme.
-
☑️ De meeste kabinetten sinds de Tweede Wereldoorlog zijn zonder vaste meerderheid gevormd.
-
☑️ Samenwerking en compromis zijn kernaspecten van de Deense politieke cultuur.








1 reactie
Harrie Kiekebosch
Deze zin is heel essentieel: een regering hoeft geen meerderheid vóór zich te hebben, zolang er geen meerderheid tégen haar is.
Bedenk even hoe dat gaat: je stemt niet vóór een nieuwe wet, maar je moet tégen stemmen. Dat is een veel zwaardere stem. Als je niet voor bent, hoef je namelijk nog niet tegen te zijn.
Wat ook helpt in Denemarken is dat ze niet een ‘Eerste Kamer’ hebben. Die Eerste Kamer in Nederland is bedoeld om wetten te beoordelen op uitvoerbaarheid. Onze politici hebben dat verkracht tot een tweede kans een wet nog eens politiek te beoordelen. Dat is antidemocratisch en het zou ook een heel andere selectie van de leden van de Eerste Kamer tot gevolg moeten hebben. Geen bedaarde oudere mensen die weloverwogen kijken of een wet uitvoerbaar is, maar politici zoals in de Tweede Kamer. Maar ja, die Tweede Kamer hebben we al!
Onze Eerste Kamer is dus verkracht, en ook nog eens onnodig, want dat toetsen van een wet kan heel goed door de Raad van State.