Wat zeggen tien jaar gegevens nu werkelijk over samenleven met een roofdier dat zich niets aantrekt van provinciegrenzen, beleidsplannen of menselijke discussies? Uit een analyse van tien jaar wolvendata door BIJ12 ontstaat een beeld dat veel genuanceerder is dan het verhitte publieke debat vaak doet vermoeden.
Dit artikel is gebaseerd op onderzoek dat op Groen Kennisnet is gepubliceerd.
Een dier dat zich niet laat tellen
Een wolf is geen koe achter een hek. Het dier trekt honderden kilometers rond, steekt grenzen over alsof ze niet bestaan – zwemt doodleuk de IJssel over – en laat zich zelden zien (maar zie het filmpje hieronder: er zijn wel zeker Sallandse beelden). Dat maakt het voor onderzoekers lastig om precies te bepalen hoeveel wolven er in Nederland leven.
Dat blijkt ook uit de meldingen. Alleen al in 2025 kwamen bij het wolvenmeldpunt ruim 6.000 meldingen binnen. Slechts ongeveer 2.500 daarvan konden daadwerkelijk als wolf bevestigd worden. Een grote hond op afstand blijkt al snel een vermeende wolf.
Toch ontstaat via DNA-onderzoek langzaam een steeds scherper beeld. Sinds 2015 is genetisch materiaal gevonden van 259 verschillende wolven die Nederland aandeden. In 2025 konden onderzoekers aantonen dat er in ieder geval 131 verschillende wolven in Nederland aanwezig waren. Dat gebeurt via speeksel op bijtwonden, uitwerpselen, haren en verkeersslachtoffers.
De wolf wordt daarmee misschien wel het best gemonitorde wilde dier van Nederland.
Kijk hier Watvinnie over de wolf (en lees verder onder de talkshow)
De auto is het grootste gevaar voor de wolf
De grootste bedreiging voor de wolf zijn niet de mens of andere dieren, nee het is de auto. Sinds 2015 zijn 81 dode wolven geregistreerd. Meer dan 70 procent daarvan kwam om door aanrijdingen. De A28 staat hoog op de ranglijst.
Het zegt iets over de manier waarop Nederland is ingericht: versnipperd, druk en vol infrastructuur. De wolf keert terug in een landschap dat nauwelijks nog ruimte kent voor grote zoogdieren die vrij rondtrekken.
Ook treinen eisen slachtoffers, al veel minder vaak. Slechts vier wolven kwamen om door een botsing met een trein.
Ook wolven voeren strijd
Een opvallende ontwikkeling in de cijfers is dat steeds meer wolven sterven door conflicten met andere wolven.
Ongeveer tien procent van de geregistreerde sterfte blijkt voort te komen uit onderlinge agressie. Dat hangt volgens onderzoekers samen met de groei van het aantal roedels. Waar territoria elkaar raken, ontstaan confrontaties.
De romantische voorstelling van de wolf als vrij zwervend natuurwezen krijgt daarmee een realistischer randje. Ook in de natuur gaat samenleven niet zonder strijd.
De uitzonderingen krijgen de meeste aandacht
In het publieke debat lijkt het soms alsof stroperij, afschot en probleemwolven het hoofdverhaal vormen. Maar in de cijfers blijken ze juist uitzonderlijk.
Sinds 2015 werden:
- twee wolven illegaal gedood,
- en twee probleemwolven na vergunning afgeschoten.
Die gevallen kregen veel media-aandacht, maar vormen statistisch gezien een klein deel van de sterfte.
De dagelijkse werkelijkheid van de wolf blijkt vooral te bestaan uit verkeer, territoriumstrijd en de zoektocht naar voedsel.

2023 als kantelpunt
De wolvenpopulatie groeide jarenlang langzaam, maar rond 2023 lijkt een omslagpunt zichtbaar.
In dat jaar verdubbelde het aantal roedels met welpen vrijwel ineens. Het aantal waargenomen welpen steeg van 13 naar ongeveer 40. Daarna bleef het aantal geboortes min of meer stabiel.
In totaal zijn sinds de terugkeer van de wolf naar Nederland ongeveer 170 welpen geboren.
Dat betekent dat de wolf niet langer alleen een passant is, maar zich daadwerkelijk gevestigd heeft.
Het schaap betaalt de hoogste prijs
De terugkeer van de wolf heeft ook een andere kant. Vooral schapen blijken kwetsbaar.
Meer dan negentig procent van de bevestigde wolvenschade bestaat uit gedode of gewonde schapen. De meeste meldingen komen uit Gelderland, Drenthe en Friesland.
Vooral in de winter nemen de aanvallen toe. Dat is logisch: in de natuur wordt voedsel schaarser en vee vormt dan een relatief makkelijke prooi.
Toch laten de cijfers ook iets anders zien. Van de ruim duizend bevestigde schademeldingen in 2025 bleek slechts in 81 gevallen de afrastering volledig op orde.
Daar zit misschien wel één van de meest ongemakkelijke conclusies van het rapport. Nederland praat veel over de wolf, maar heeft zich praktisch nog maar beperkt aangepast aan zijn aanwezigheid.
De wolf als spiegel
Misschien vertellen deze tien jaar wolvendata uiteindelijk nog wel iets groters dan alleen het verhaal van één roofdier.
De wolf laat zien hoe Nederland en Salland worstelen met natuur in een landschap dat volledig door mensen is ingericht. We willen wilde natuur, maar zonder risico’s. We willen biodiversiteit, maar ook controle. Ruimte voor dieren, zolang ze zich gedragen volgens menselijke verwachtingen.
De cijfers tonen ondertussen iets veel eenvoudigers:
de wolf gedraagt zich gewoon als wolf.
En wij moeten nu leren hoe we daarmee omgaan.






