Glyfosaat is het gif waarmee boeren grasland, groenbemesters en vanggewassen doodspuiten en waardoor de velden geel worden. Daar waar het gif veel gebruikt wordt komt parkinson veel vaker voor. Reden voor overheden om het gif te verbieden op gronden die ze in eigendom hebben. De gemeenten Olst-Wijhe en Almelo deden recent een moreel appèl op boeren het gif niet te gebruiken. In Raalte is de politiek daar nog niet aan toe. Deze gemeente was ook de laatste die glyfosaat verbood op grond die de gemeente verpacht.
Glyfosaat wordt gebruikt voor het doodspuiten van grasland, groenbemesters en vanggewassen, omdat het land daarna makkelijker te bewerken is. Er is dus geen enkele verbinding met bestrijding van ziektes door schimmels of insecten en er is ook geen relatie tot het doodspuiten van kruiden die het bedoelde gewas op het land in de weg zit zoals het doorspuiten van kruiden tussen maïs.
Gek genoeg wordt glyfosaat ondermeer ingezet om groenbemesters en vanggewassen dood te spuiten die de boer verplicht is te telen om te voorkomen dat landbouwgif en stikstof (mest) uitspoelt naar het grondwater. Nu spoelt glyfosaat uit…
Geheel in de lijn van de verwachting is LTO tegen de wetsaanpassing, ook al komt die gezondheid van de bij hen aangesloten boeren ten goede. Juist deze beroepsgroep loopt het hoogste risico op parkinson en andere neurologische ziektes. Lees hier de bezwaren van LTO. Tegenhanger Caring Farmers is juist groot voorstander. Ook vanwege de voedselzekerheid op lange termijn! Als je glyfosaat op deze manier verbiedt, sla je af op de doodlopende weg naar de bodem en geef je een boost aan onderzoek naar resistente gewassen en snelle doorontwikkeling van betaalbare alternatieven. De reactie van Caring Farmers op de wetsaanpassing lees je verderop in dit artikel.
Onder de reageerders op de aanpassing van de wet ook een reactie uit Heeten (zonder naam en toenaam): Dat nu de mogelijkheid wordt geopperd om alternatieve middelen verplicht te stellen komt jaren te laat. Overigens stelt u bij de vraag voor wie dit belangrijk is, dat het om agrarische ondernemers gaat. Akkoord, maar het gaat iedereen aan, als de gezondheid van alle mensen in de buurt wordt aangetast (Parkinson bijvoorbeeld), en daarnaast schade wordt berokkend aan insecten, grondleven, bijen enz. Ook als deze gevolgen niet volledig zijn bewezen, zolang het ook niet kan worden weerlegd lijkt het voorzorgprincipe de voorkeursweg. Als het niet mogelijk is glyfosaat te verbieden, dan moet dat dan maar via deze wet. Maar mijns inziens is zo’n verbod gewoon wel mogelijk en ook beter.
Zoals de overheid het verwoordt
Zoals de rijksoverheid het zelf verwoordt: Met dit wijzigingsbesluit wordt in het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden een grondslag opgenomen om bij ministeriële regeling het gebruik van alternatieven voor chemische gewasbeschermingsmiddelen te kunnen verplichten. Het gaat daarbij onder meer om alternatieven voor het toepassen van glyfosaathoudende middelen voor het doodspuiten van grasland, groenbemesters en vanggewassen. De alternatieven dienen te voldoen aan de criteria noodzakelijkheid, evenredigheid en geschiktheid.
Het wijzigingsbesluit biedt de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de mogelijkheid om alternatieven voor chemische gewasbeschermingsmiddelen te verplichten. De alternatieven zullen worden aangewezen bij ministeriële regeling.
De Minister van LNV heeft aangegeven zelf met maatregelen te komen als de bedoelde initiatieven niet van de grond komen en dan te streven naar het verplichten van alternatieven voor het gebruik van glyfosaathoudende middelen (zie Kamerstuk 27858, nr. 611). De betrokken sectoren hebben in juli 2023 aangegeven niet mee te willen werken aan een verkenning van private of publiek-private mogelijkheden. Wel willen ze zich blijven inzetten om het gebruik van alternatieven voor glyfosaathoudende middelen – daar waar beschikbaar en praktijkrijp – te promoten bij telers, melkveehouders, loonwerkers en adviseurs (Kamerstuk 27858, nr. 633). Hierbij wordt gebruikt gemaakt van de eerdergenoemde IPM-stappenplannen.
Einde citaat van de overheid.
Caring Farmers is voor
Caring Farmers, Caring Vets en Caring Doctors ondersteunen de voorgestelde wijziging van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden (alternatieven chemische gewasbeschermingsmiddelen).
De noodzaak om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen terug te dringen is groot:
• We kunnen niet boeren zonder natuur, en de natuur staat zwaar onder druk, waardoor de toekomst van ons voedsel, onze bestaansmiddelen, onze gezondheid en ons milieu ernstig worden bedreigd
• We zijn de afgelopen 30 jaar tot 75% van de insectenpopulatie kwijtgeraakt, het aquatische leven lijdt eronder en veel vogels zijn verdwenen. Het bodemleven, de basis van de vruchtbaarheid van de bodem, is ernstig aangetast door de talrijke residuen van pesticiden waaraan het wordt blootgesteld. Wij hebben deze dieren nodig om onze gewassen te bestuiven en als natuurlijke plaagbestrijding.
• Pesticiden zijn inmiddels al overal, zelfs midden in natuurgebieden en drinkwatergebieden. Ze hopen zich op in de bodem, ze vervuilen en verspreiden zich via water en lucht. De kwaliteit van onze lucht en ons oppervlaktewater staat hierdoor op het spel.
• Ook de gezondheid van boeren is in gevaar. De ziekte Parkinson is in Duitsland en Frankrijk al erkend tot beroepsziekte onder boeren.
• Ook burgers lopen gevaar. Steeds meer wetenschappelijk onderzoek concludeert dat er een sterk verband bestaat tussen pesticiden en kanker, alsook schade aan onze hersenen die leidt tot ziekten zoals Parkinson. Steeds meer burgers komen in opstand tegen hoog gebruik (zie de rechtszaken tegen lelietelers) en dat geeft boeren een slechte naam.
• De zorgkosten nemen jaarlijks toe en daar heeft de hele maatschappij last van.
• Ook boeren die zelf nauwelijks middelen gebruiken hebben in toenemende mate last van de effecten van hoog gebruik door andere telers.
Er is vanuit burgers, boeren en (vee)artsen een grote behoefte aan ambitieuze maatregelen om het gebruik (en het risico) van chemisch-synthetische pesticiden te verminderen om de biodiversiteits- en gezondheidscrisis te bestrijden en een duurzame productie van gezond voedsel te waarborgen.






