Wie ooit het noorderlicht heeft gezien, vergeet het nooit meer: groene sluiers die golven, lichtbogen die lijken te ademen en soms zelfs paarse of rode flitsen aan de hemel. Het lijkt magie, maar het noorderlicht is in werkelijkheid een prachtig natuurkundig verschijnsel.
Alles begint bij de zon. Die zendt voortdurend een stroom van elektrisch geladen deeltjes de ruimte in, de zogeheten zonnewind. Wanneer de zon extra actief is, bijvoorbeeld door zonnevlammen, wordt die stroom sterker. De aarde wordt hiertegen beschermd door haar magnetisch veld, dat werkt als een onzichtbaar schild.
Bij de magnetische polen is dat schild echter open. Daar kunnen de geladen zondeeltjes de atmosfeer binnendringen. Op grote hoogte botsen ze met zuurstof- en stikstofatomen. Door die botsingen raken de gasdeeltjes tijdelijk “opgewonden”. Als ze hun energie weer loslaten, zenden ze licht uit – en dat zien wij als noorderlicht.
De kleur hangt af van het gas en de hoogte:
-
Groen is het meest voorkomend en komt van zuurstof,
-
Rood verschijnt hoger in de atmosfeer,
-
Paars en blauw ontstaan door stikstof.
Het noorderlicht beweegt omdat het magnetisch veld voortdurend in beweging is. De zonnewind duwt en trekt eraan, waardoor de lichtstructuren gaan golven, flikkeren en dansen. Zo ontstaat een spectaculair hemelschouwspel dat nooit twee keer hetzelfde is.
Meestal is noorderlicht alleen zichtbaar rond de poolcirkel, maar bij sterke zonneactiviteit kan het soms zelfs tot in Nederland te zien zijn. Dan herinnert het ons eraan dat onze planeet niet losstaat van de kosmos, maar er middenin leeft.
Het noorderlicht is zonlicht, omgevormd door het magnetisch hart van de aarde.
Fotoserie
























