Lokaal FNV Salland heeft zichzelf opgeheven, de afdeling gaat verder onder de vlag van de afdeling Deventer. ‘Bie de bond’ is het afscheidsboek. Hier in Salland publiceert de verschillende verhalen uit het boek.
Als jij nog mooie verhalen weet over de vakbond, kom maar door! info@hierinsalland.nl
Henk van der Kolk is geboren en getogen op een boerderij in Herxen in een Nederlands-Hervormd nest. Hij wilde ook boer worden, maar zijn vader zag de schaalvergroting in de jaren zestig al aankomen en gaf het dringende advies een studie op te pakken.
Van der Kolk studeerde economie. Dat was eind jaren zestig, begin jaren zeventig, ‘net in de tijd dat de wetenschap zich vooral in het teken van de samenleving ging stellen, in mijn geval in het teken van de arbeider.’ De studie was in Groningen, waar je in die tijd acties in “het strokarton” had, én een krachtige CPN die wel wist wat actie voeren was. ‘Ik ben op die activistische golven meegevaren en heb contacten gezocht met de vakbond.’
Zijn eerste baan was bij het CNV, ‘maar na een paar jaar was ik het toch wel zat om iedere vergadering met een gebed te beginnen.’ De volgende functie bij het ministerie van Landbouw was zeer leerzaam, ‘maar uiteindelijk kwam ik er achter dat het de landinrichtingsdienst bij ruilverkaveling helemaal niet ging om echte inspraak. Met mijn signatuur, en dan heb ik het niet alleen over mijn vakbondsachtergrond, maar ik was ook een grote kerel met een rooie baard, was ik meer een uithangbord van het maatschappelijke gezicht. Inzet was dat iedereen uiteindelijk gewoon akkoord moest gaan met de plannen.’
Spanningsveld
Daarna begon de carrière van Henk van der Kolk bij de FNV. Hij werd medewerker bij de Voedingsbond voor sociaaleconomisch beleid, maar kwam vooral ook terecht in een spanningsveld tussen zijn Voedingsbond “de bond van Schelling” en “de bond van Groeneveld”, de Industriebond. Daarna werd Van der Kolk door Ella Vogelaar gevraagd bij de ABOP, de onderwijsbond te komen, ‘waar ik heel betrokken onderwijzers aantrof, maar waar we stakingen maar moeilijk van de grond kregen omdat ze dat kinderen niet aan wilden doen, of anders de ouders van de kinderen niet. Plus dat de christelijke scholen meestal níet staakten.’
De echte doorbraak ontstond toen ze Van der Kolk vroegen coördinator van het arbeidsvoorwaardenbeleid van de vakcentrale FNV te worden. ‘Ik heb getwijfeld of ik daar al aan toe was, maar mijn vrouw vond dat zo’n kans niet twee keer voorbijkwam. Dus zat ik vervolgens mee aan tafel bij de Sociaal Economische Raad, op het ministerie van Sociale Zaken en bij het kabinet. Daar kun je wel verschil maken. Ik haalde met geregelde bedrijfsbezoeken van de werkvloer op wat er leefde bij werknemers. Dat kon ik dan gelijk op tafel leggen!’
Bijna kopje onder
Laatste stap in de carrière was het voorzitterschap van FNV Bondgenoten. ‘Het ontstaan daarvan was van strategisch belang. Industriebond, Dienstenbond, Vervoersbond en Voedingsbond sloegen de handen in elkaar om samen een machtig bolwerk te vormen in de belangenbehartiging. Maar ja, fusies, dat zijn ingewikkelde processen. De fusie ging te snel. Financieel en organisatorisch was de zaak niet op orde. FNV Bondgenoten dreigde kopje onder te gaan. Ik ben toen aan het roer gekomen en moest gelijk aan de bak, met een zware reorganisatie om de boel weer op de rit te krijgen.
De hele gang van zaken heeft z’n sporen nagelaten in de FNV-familie. Onderlinge verhoudingen, met name tussen kleine en grote bonden, raakten verstoord. Dat werd met name voelbaar toen er vanaf 2010 onenigheid ontstond over de reorganisatie van het pensioenstelsel. Dat leidde tot een groot intern conflict binnen de FNV en bijna tot de ondergang. Uiteindelijk is er een “nieuwe” FNV ontstaan, waarbij de grote bonden samen met de vakcentrale “onder één dak zijn gegaan” en de middelgrote en kleinere bonden zelfstandig lid zijn gebleven.’
Doorgeslagen marktwerking
Inmiddels is Henk van der Kolk met pensioen, maar nog zeker wel actief. ‘Ik ben bestuurslid namens werknemers van het bedrijfstakpensioenfonds detailhandel. Toch vind ik dat de vakbeweging het besturen van een pensioenfonds moet overlaten aan externe professionals. Een pensioenfonds is uitvoerder van een pensioenregeling die vakbonden en werkgevers hebben afgesproken. Als belangenbehartiger is het je primaire taak om te zorgen voor de inhoud van de arbeidsvoorwaarde pensioen. Kortom, schoenmaker blijf bij je leest! Om er voor te zorgen dat de pensioenregeling ook goed wordt uitgevoerd door een pensioenfonds vind ik een toezichthoudende rol voor de vakbeweging wel op z’n plaats.’
Wat achteraf -met de kennis van nu- volgens Van der Kolk niet goed is gegaan is de doorgeslagen marktwerking op allerlei terreinen. ‘De arbeidsmarkt is vanaf de jaren ‘80 en ‘90 geliberaliseerd en zowel de PvdA als de vakbond hebben daar toen te veel in meebewogen. We zien nu dat die flexibele contracten en de zzp-constructies niet zo geslaagd zijn gebleken. Daar zijn we te lang in blijven hangen. De wal keert uiteindelijk het schip. Jonge mensen zien de vakbond nu vaak niet meer staan. Hadden we vroeger een organisatiegraad van 40 procent binnen bedrijven, we komen nu niet verder dan tien. Bij de handel, de dienstverlening en IT-bedrijven is dat nog lager.’
Samen sterk in de toekomst
‘Maar laten we geen hang naar het verleden hebben. Vandaag de dag hebben we te dealen met bijvoorbeeld de platformeconomie en de manier waarop daar banen aangeboden worden. Daar kan de vakbond weer veel betekenen. Ik denk dan aan constructies zoals die van de Vereniging Eigen Huis. Met een lage contributie als instapmodel, en met kortingen op allerlei randvoorwaardelijke zaken, als loopbaanadvies en opleidingen die je per sector op maat kunt aanbieden. Je kunt de mensen ook actief wijzen op mogelijkheden die de cao’s al bieden. Je moet die diensten misschien niet zelf aanbieden, maar kunt wel contracten sluiten met deskundige partijen waarin kortingen voor leden van de bond zijn geregeld. Dat kan het lidmaatschap aantrekkelijker en de vakbond weer sterker maken. Samen sterk geldt ook in de 21ste eeuw! Want het kabinet moet naast werkgevers ook een partij hebben die de werknemers vertegenwoordigt.’






