Hanneke speelt op een Duitse cello (begin 20e eeuw). Zij toert met veel plezier en enthousiasme door Nederland met de cello suites van Bach en de cello sonates van Beethoven, Mendelsohn, Chopin, Lalo, Brahms, Saint-Saëns, Grieg, Rachmaninoff, Fauré, Shostakovich, Prokofiev en Debussy. Prachtige muziek!
Wat maakt het geluid van de cello zo mooi en bijzonder? Warm, menselijk, melancholisch. Iedereen houdt van de klank van de cello. Een componist, een cellist en een cellobouwer leggen uit waarom.
“Het geluid van de cello staat het dichtst bij dat van de menselijke stem ”, zegt de componist. “Daarom voelt de klank van het instrument vertrouwd. Een cello kan ongeveer zo hoog als de hoogste vrouwenstem en zo laag als de laagste mannenstem”.
De bouwer vertelt: “Voor het bovenblad van de klankkast, dat altijd van vuren is gemaakt, zijn de jaarringen van belang. Als de donkere strepen, de winterjaren, scherp zijn gedefinieerd, betekent dat dat de winter in één keer heeft ingezet. Dat hout heeft vaak hoog gegroeid. Duidelijk zichtbare winterjaren in het hout geven een helder klinkende cello. De welving in het bovenblad, de jaarringen, maar ook de kam waarover de snaren zijn gespannen en de zogeheten f-gaten aan weerszijden van die kam: de balans tussen deze en vele andere factoren is bepalend voor de klank van een instrument.”
De cellist zegt: “Geen instrument is fijner om in je armen te sluiten dan een cello. Een instrument dat er mooi uitziet en ambachtelijk in orde is, klinkt goed – die observatie klopt bijna altijd. Voor een kind al is een cello een spannend instrument: er is een klankkast, er zijn snaren waaraan je kunt plukken, op de kast kun je kloppen. Je laat jezelf zien als je cello speelt, het is een persoonlijk instrument. De cello spreekt aan doordat hij menselijk en uitnodigend klinkt, de houding erachter is ook natuurlijk, je hoeft niets in je lijf te forceren. Als speler omarm je de cello, het instrument op zijn beurt omarmt het publiek.”
Kaarten op www.amfitheaterhetlommerrijk.nl of aan de kassa.






