Vertrouwelijk – uitsluitend voor leden
Beste leden,
Na jaren van vergaderen, lobbyen, inspraakavonden, protestacties, stikstofdebatten, rechtszaken, trekkerritten, intimideren, visiestukken en beleidsnotities zijn wij tot een ongemakkelijke conclusie gekomen.
We hebben verloren. Niet van Den Haag. Niet van Brussel. Niet van de milieubeweging. Maar van de werkelijkheid!
Vroeger gingen Salland en Denemarken bij elkaar op excursie. We probeerden elkaar de loef af te steken met kennis, productiviteit en innovatie. Denemarken was de ene keer een voorbeeldland voor de landbouw voor ons en een andere keer waren wij dat voor hen.
Maar inmiddels is er iets veranderd. De nieuwe Deense regering heeft de landbouwminister afgeschaft. Dat leest u goed. Niet vervangen. Niet hernoemd. Afgeschaft.
Landbouw valt daar voortaan onder natuur, water, klimaat en dierenwelzijn. Het land wil 390.000 hectare omvormen naar natuur, wetlands en bos. Er komt een CO₂-heffing op de veehouderij. Het exporteren van levende biggen wordt ontmoedigd. Drinkwater krijgt voorrang boven gewasbescherming. Natuur bepaalt voortaan wat landbouw mag doen en niet andersom.
Terwijl wij de landbouwtransitie nog traineren en vooruitdenkers intimiderend de mond proberen te snoeren, terwijl wij zeggen dat stikstof geen issue is en dat de klimaatverandering niet door de mens komt, laat staan door boeren, zijn de Denen al bezig met de vraag hoe landbouw geld kan verdienen aan natuurherstel, dierenwelzijn, schoon water en verwerking in eigen land.
Wij staan stil. Zij rijden weg. En erger nog: ze rijden de goede kant op.
Afrika doet niet meer mee aan het oude spel
Daar komt nog een tweede ontwikkeling bij. Jarenlang konden Europese boeren concurreren op schaal, mechanisatie, subsidies en export. Maar inmiddels zien we dat ook in Afrika een landbouwrevolutie gaande is. Tienduizenden boeren stappen daar over op regeneratieve landbouw. Zonder kunstmest. Zonder bestrijdingsmiddelen. Met herstel van bodemleven en biodiversiteit.
Volgens de praktijkervaringen die daar worden opgedaan dalen de kosten soms met zeventig procent. De opbrengst in kilo’s ligt iets lager, maar de kwaliteit stijgt en daarmee ook de prijs. Boeren verdienen er meer. De natuur knapt op. En de kennis verspreidt zich van boer naar boer.
Wij dachten jarenlang dat Afrika onze producten nodig had. Straks hebben ze ons helemaal niet meer nodig.
Het oude verdienmodel loopt vast
Dat brengt ons bij de kern.
Het Sallandse familiebedrijf heeft geen toekomst in een wereld van industriële landbouw die steeds groter, intensiever en afhankelijker wordt van externe inputs.
Wij dachten jarenlang dat onze concurrentie zat in landen waar grond goedkoper is, arbeid goedkoper is of milieuregels soepeler zijn. Maar inmiddels beseffen we dat we naar de verkeerde concurrenten keken.
De echte concurrentie komt tegenwoordig uit landen die hebben ontdekt dat landbouw ook zonder kunstmest, bestrijdingsmiddelen en steeds hogere schulden kan functioneren.
Kijk naar Denemarken. Daar kiest de overheid ervoor landbouw ondergeschikt te maken aan natuur, water, klimaat en dierenwelzijn. Niet omdat men tegen boeren is, maar omdat men heeft ontdekt dat een gezonde landbouw begint bij een gezonde bodem, schoon water en een sterke natuur.
Kijk naar Afrika. Daar stappen tienduizenden boeren over op regeneratieve landbouw. Niet omdat Brussel dat voorschrijft, maar omdat het geld oplevert. De kosten dalen fors doordat kunstmest en bestrijdingsmiddelen nauwelijks nog nodig zijn. De opbrengst in kilo’s ligt soms iets lager, maar de kwaliteit stijgt en daarmee ook de prijs.
Het pijnlijke besef voor ons is dat die boeren dat doen zonder Europese subsidies.
Terwijl wij miljarden aan landbouwsteun ontvangen, ontdekken zij hoe ze goedkoper kunnen produceren, gezondere producten kunnen leveren én hun bodem vruchtbaarder kunnen achterlaten voor de volgende generatie.
Dat betekent dat de toekomst van het Sallandse familiebedrijf niet ligt in méér schaalvergroting, méér productie of méér export. Die toekomst ligt juist in minder afhankelijkheid van kunstmest, bestrijdingsmiddelen, importvoer, subsidies en wereldmarkten.
Waar wij jarenlang dachten dat natuur een kostenpost was, ontdekken anderen dat natuur juist de goedkoopste productiefactor is die een boer kan hebben.
En eerlijk is eerlijk: tegen een landbouwsysteem dat goedkoper is voor de boer, gezonder is voor de consument, beter is voor dieren én beter is voor de natuur, valt uiteindelijk niet te concurreren.
Dan kun je beter meedoen.
Terug naar Salland
Willen we van Salland opnieuw een toonaangevend landbouwgebied maken, dan moeten we stoppen met achteruit kijken.
Salland had ooit landbouwscholen, proefboerderijen, bestuurlijke invloed via de ABTB, kennisinstellingen, een debat- en congrescentrum en een sterke regionale identiteit.
Misschien moeten we daar opnieuw beginnen. Niet als bulkproducent. Maar als proeftuin voor landbouw van de toekomst. Grondgebonden. Kleinschaliger.
Met minder afhankelijkheid van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en importvoer. Met meer lokale verwerking. Met meer directe verkoop aan inwoners. Met verdiensten uit natuurbeheer, waterbeheer en landschap.
En vooral: met boeren die weer eigenaar zijn van hun eigen toekomst.
Een ongemakkelijke conclusie
De afgelopen jaren hebben wij veel energie gestoken in het verdedigen van het bestaande systeem. Misschien hadden we die energie beter kunnen steken in het bouwen van een nieuw systeem.
Daarom gooien wij niet de handdoek in de ring. Wij gooien hem in de was. Want als wij nog een toekomst willen hebben als familiebedrijven in Salland, dan moeten we niet harder vasthouden aan het verleden. Dan moeten we als een razende Roeland de transitie omarmen.
Met vriendelijke groet,
LTO Salland
(de memo die nooit geschreven werd)






