Aan het eind van de 18de eeuw vonden werknemers die toen nog arbeiders waren het zo zoetjes aan wel genoeg lange zware dagen te maken voor de baas die er aanzienlijk beter van werd dan zijzelf.
Lokaal FNV Salland heeft zichzelf opgeheven, de afdeling gaat verder onder de vlag van de afdeling Deventer. ‘Bie de bond’ is het afscheidsboek. Hier in Salland publiceert de verschillende verhalen uit het boek.
Via het landsbestuur kregen arbeiders toen hun eerste rechten, hoe marginaal dan ook: In de Staatsregeling voor het Bataafse Volk van 1798 werd ‘de volstrekte vrijheid van het individu’ afgedwongen omdat ‘ieder burger, in welke plaats woonagtig, het regt heeft zoodanige fabriek of trafiek op te rigten of zoodanig eerlijk bedrijf aan te vangen als hij verkiezen zal’. Ofwel: vanaf die tijd kon je voor jezelf beginnen en was je niet meer afhankelijk van gilden en broederschappen die bepaalden wie de fabriekseigenaar was.
Staken verboden
Toen de Fransen hier begin 1800 de baas waren werd bij wet ‘onderlinge samenspanning’ van werkgevers zelfs verboden ‘om tegen recht en billijkheid een vermindering van het werkloon door te drijven’ met als straf ‘gevangenzetten van zes dagen tot een maand en een geldboete van 200 tot 3000 franken’. Andersom was staken ook verboden en bestraft ‘met een gevangenis van tenminste 1 maand en ten hoogste 3 maanden. De hoofden of aanleggers zullen gestraft worden met een gevangenzetten van 2 tot 5 jaren.’
Best gevaarlijk dus, om in die tijd voorman van arbeiders te zijn.
Positie verbeteren
In onze grondwet van 1848 werd ‘vrijheid van vereniging en vergadering’ opgenomen, zolang je de openbare orde maar niet aantastte. Rond 1870 begonnen werknemers zich te organiseren om hun sociale positie te verbeteren. En dat was nodig ook. Toen halverwege de 19de eeuw in Nederland de industriële revolutie uitbrak, ontstonden fabrieken die veel mankracht nodig hadden. Rondom die fabrieken ontstonden dorpen en steden. Voor aan- en afvoer werden spoorwegen en kanalen aangelegd. Zoals het Overijssels Kanaal tussen Lemelerveld en Deventer. Dat is 175 jaar geleden met de schop gegraven! Het zand uit het kanaal, daar loopt nu het verhoogde fietspad overheen. En omdat woon-werkverkeer tijdrovend was, bleven dagloners in de buurt. Het is een van de redenen waarom Lemelerveld is ontstaan, op de T-splitsing van de Overijsselse Kanalen.
Lef nodig
De bazen hadden niet per definitie aandacht voor de leefomstandigheden van ‘hun werkvolk’ dat lange dagen moest maken voor weinig geld. Er werd toen heel anders gedacht over hoe je de mens als middel voor je doelen inzet. Als je vandaag de dag om wat voor reden niet werkt, is er een sociaal vangnet dat je ondersteunt. Dat vangnet is er niet zo maar gekomen. Dat hebben we te danken aan de vakbond. Die is nog steeds hard nodig in de jaren 20 van deze eeuw. Vraag dat maar aan mensen in de zorg, onderwijzend personeel, politieagenten…
Als jij nog mooie verhalen weet over de vakbond, kom maar door! info@hierinsalland.nl
In de tijd dat hiërarchie nog anders beleefd werd dan vandaag de dag had ‘Jan met de pet’ behoorlijk wat lef nodig om zijn rechten af te dwingen. Als je de notulen terugleest die in 1951 opgenomen zijn in de feestgids ter ere van het veertigjarig bestaan van de afdeling Raalte van de Katholieke Arbeiders Beweging, dan lees je hoe ingewikkeld het destijds was je als arbeider te verenigen.
Naar de bisschop
Het was zomer 1911 toen een vijftiental arbeiders in het Gebouw waren samengekomen met de bedoeling tot oprichting te komen van een plaatselijke afdeling van de snel groeiende landelijke RK Werkliedenvereniging. Maar de medewerking van de geestelijkheid liet in die tijd te wensen over omdat men sceptisch stond tegenover organiseren. Daarom werd geen toestemming gegeven in het Gebouw te vergaderen. Toch werd de vergadering doorgezet en zo werd op 11 Oct. 1911 een plaatselijke afdeling opgericht van vijftien leden. Het bestuur werd gevormd uit J. de Kort, voorz., de Ruiter (koperslager) secr., Th. Mars, penningmeester, A. Mars en van Helder, leden.
De medewerking liet nog steeds te wensen over en daarom adviseerde de Zwolse Adviseur, kap. v.d Velde een bezoek te brengen aan de Bisschop van Utrecht, Mgr. H.v.d. Wetering.
Op een vergadering in Café Noordman (later Koelen) werd besloten dat de bestuursleden Th. Mars en de Ruiter de Bisschop zouden bezoeken. Deze zagen echter tegen de reis op en daarom werden J. de Kort en van Helder voor deze onderneming aangezocht. De reis werd ondernomen en de ontvangst was zeer prettig. Zijne Eminentie toonde zich belangstellend en beloofde alle medewerking toen hij tot de afgevaardigden zei: ‘Voor de werkman sta ik altijd klaar, zelfs midden in de nacht.’
Kort daarop ging ook de pastoor in Raalte akkoord. Hij werd zelfs officieel de eerste adviseur.
Kolenfonds
De vakbond (RK Werkliedenvereniging werd de Katholieke Arbeiders Beweging) ontpopte zich in Salland al snel tot een organisatie waarin solidariteit voorop stond. Het was nog niet de tijd van actie voeren voor betere arbeidsvoorwaarden. Maar er kwam bijvoorbeeld een kolenfonds, waar leden voordeliger aan kolen konden komen (ze kregen een paar mud gratis) en een betere garantie hoe er überhaupt aan kolen te komen in tijden van schaarste.
Er werden Sinterklaas- en Kerstbijeenkomsten opgezet voor bondsleden, Luctor et Emergo was de naam van de eerste toneelvereniging van de Werkliedenvereniging. ‘Pierre, de geleiboef’ was het eerste stuk dat ze op de planken brachten.
Er werd een coöperatieve slagerij opgericht, een slachthuis neergezet en een slachtcommissie benoemd. ‘Doch de afname voldeed niet aan de verwachtingen en na vele strubbelingen voltooide het fiasco voor de commissie en slachthuis zich in 1929.’
In de kerk
Eerst wilde de pastoor niet mer doen, maar later deed ie met vol overgave!
‘Voor de werkman sta ik altijd klaar, zelfs midden in de nacht.’ Het vakbondsvaandel hangt prominent in de basiliek van Raalte.




1 reactie
Peter Mekers
Boeiend en mooi boekje. Heb het met plezier gelezen!