Salland veilig en veerkrachtig?

Interessante column van Fransjan de Waard over de vele kleuren van gebiedsgedreven werk. 

Interessant? Deel het artikel

eetbaar o-w 240405 heggen planten 01

Een kleine tien jaar geleden keerde ik terug naar Salland. Ik was opgegroeid in Deventer, tussen de voetstappen die familie van moederskant er had liggen. ‘s Winters gingen we kijken naar het hoge water in de uiterwaarden, en joelden we Ard en Keessie het erepodium op; jaarrond deden we uitstapjes naar de Holterberg, terwijl ik sportte met teams in dorpen eromheen, en ging logeren bij de boerendochter die bij ons schoonmaakte.

Ik ben me altijd verbonden blijven voelen met de hele streek, en toen ik om de liefde permanent naar Olst verhuisde, na jaren Randstad en buitenland, verheugde ik mij erop om iets voor de regio te kunnen doen. Wat en hoe? Dat moest allemaal nog blijken. Maar de ‘gebiedsgedrevenheid’ die ik als begrip een paar jaar terug wist te lanceren, was dus iets waarmee ik zelf al was behept.

Dik 30 jaar terug begon ik met pionierswerk in wat nu voedseltransitie heet. Destijds klonk er hoongelach bij het idee dat ‘milieu’ en ‘economie’ ook maar íets met elkaar te maken hadden. Heus waar – en nu nauwelijks nog voor te stellen. Voedselkilometers? Het begrip bestond nog niet. Stikstof? Met zo’n 78% gewoon het hoofdbestanddeel van lucht. Verder kon je onmogelijk boeren zonder te ploegen, of gezond blijven zonder elke dag vlees te eten, en zou honger dankzij agro-industrie en wereldmarkt een gruwelverhaal uit het verleden gaan worden. Inmiddels zijn we een hoop illusies armer, en een hoop inzichten rijker. Aan boeren wordt goed geld verdiend – en maar zelden door boeren zelf; obesitas en diabetes zijn vaste prik geworden, biodiversiteit vind je eerder in de stad dan op het platteland, en de hoopvolle regeneratieve landbouw lijkt het intussen al tot de nieuwe norm te hebben gebracht, zo zelfverzekerd prijst de grote greenwash-industrie zich ermee aan.

Gebiedsgedrevenheid als krachtbron

Ook rond andere thema’s, zoals energie, zorg en woningbouw, zijn we wijzer geworden. Het heil komt niet van de ‘vrije’ markt – behalve voor aandeelhouders van grote bedrijven met monopolies. Daarnaast komt de zorgplicht van de overheid zacht gezegd niet alsmaar even goed uit de verf…

Intussen: deugen doen de meesten van ons wèl. Laten we onszelf daarom maar eens wat serieuzer nemen! Er komt vanuit onszelf – als mensen, inwoners, burgers, en zelfs als consumenten – echt van alles in beweging, bezield door onze liefde voor het leven, voor natuur, voor elkaar, voor culturele waarden van respect, vrede, verbinding en overvloed. Zou er ooit een beter moment komen dan de huidige polycrisis om onze ware kleuren uit te graven en in het licht te zetten?

Geen instantie, model, methodiek, regeling of technologie kan tippen aan ons eigen potentieel. Niet alleen vormen we met elkaar de samenleving waaraan ‘publiek’ en ‘privaat’ dienstbaar zouden moeten zijn; allereerst zijn we samen een onuitputtelijke bron van creativiteit, kennis, kunde, ervaring, betrokkenheid en toewijding. Vaak is er wel wat nodig om die krachtbron vrij te maken, maar dan kan hij ook het kloppend hart van een leefgebied gaan vormen. Daarvoor verdient hij wel structureel meer ruimte. Een naam heeft hij dus al gekregen: ‘gebiedsgedrevenheid’. In Het Nieuwe Kompas, de landelijke beweging van gebieden die werken aan een toekomst met veiligheid en veerkracht, geldt deze als een onmisbare factor. Ook in Salland kan deze nog veel meer gaan betekenen.

Het idee van gebiedsgedreven werk ontstond als antwoord op nieuw landelijk beleid dat een paar jaar terug werd ingevoerd als ‘gebiedsgericht’. Hierin verschuift de nadruk van het waarom en wat van grote afzonderlijke opgaven zoals woningbouw, energie- of voedseltransitie, naar het hoe van hun realisatie in de praktijk. Daarvoor moeten zij kunnen ‘landen’ op plekken in de fysieke wereld. Maar deze plekken zijn natuurlijk niet alleen maar stukjes op de kaart van Nederland, die liggen te wachten op stukjes van die grotere opgaven. Het zijn leefgebieden, met een geschiedenis, met cultuur, met eigen wensen, behoeftes, ambities – naast successen en frustraties. Voor deze gebieden zelf vormen de grotere opgaven idealiter een kapstok waarmee zij hun eigen doelen dichterbij weten te brengen. Nu leven deze doelen van oudsher vooral in termen van gezondheid, rechtvaardigheid en ontplooiingskansen voor wie er wonen, werken, studeren en recreëren. Toch is hierbij al wel sprake van een kleurverandering. Heel lang is economische groei een overkoepelend doel geweest, en dat sprak blijkbaar zozeer vanzelf dat het zelden expliciet benoemd werd. Maar inmiddels staat brede welvaart overal op de maatschappelijke agenda, en als doel past dat al veel beter bij vragen over de toekomst van veiligheid en veerkracht in onze leefwereld.

Welvaart voorbij de spullen

Brede welvaart houdt natuurlijk in dat we ons meer opstellen als gemeenschap, en misschien wel voorrang geven aan gemeenschappelijke belangen; daarbinnen gaan we dan als individu minder gemakkelijk kopje onder. In wezen is dat niet minder dan een trendbreuk met de cultuur van de afgelopen decennia. Daarin kochten we in het krachtenveld van privatisering en individualisering alle spullen die we ook maar even nodig zouden kunnen hebben. Inmiddels liggen daar niet alleen onze huizen en schuurtjes mee vol, velen van ons zijn er opslagruimte bij gaan huren, en inmiddels klagen kringloopwinkels dat mensen er hun stapels overbodige goederen komen dumpen.

Daarbij, zacht gezegd, zijn niet alle bezittingen waarmee we ons omringen van even goede kwaliteit, laat staan duurzaam geproduceerd. Dat betekent dat ergens op de wereld het natuurlijke kapitaal verder is geslonken, en dat zal in wezen nergens zijn verrekend in de prijs. Maar behalve fysieke spullen – auto’s, witgoed, gereedschappen, kleding, ‘woonaccessoires’ – lieten we ons ook verzekeringen, abonnementen, vakanties en crypto-accounts aansmeren waarvan we ergens geloofden dat ze ons geluk zouden brengen. Hm, zou dat al ‘gelukt’ zijn? En zo nee, gaat dat dan nog komen? In elk geval voel je je eerder geslaagd als je zelf alles hebt en nergens nog iemand anders voor nodig hebt, terwijl je – keerzijde – al gauw doorgaat voor een ‘loser’ als er ergens gaten vallen die je zelf niet meer gevuld krijgt.

Ontspullen en klein wonen, Repair Cafés en minibiebs, deelauto’s en fietsvakanties: het zijn afkickverschijnselen van onze economische groeistuipen, en allemaal gaan ze over andere dan financiële waarden. Ecologische waarden, sociale en culturele waarden, spirituele waarden. Waarden waarvan we dieper van binnen meestal prima weten dat zij glans geven aan ons bestaan als mens, en die we vaak pas weer terugvinden en gaan koesteren als we (economisch) onderuit gegaan zijn – wanneer we tot rust komen op een boottochtje of boswandeling, de overburen je uitnodigen voor hun tuinfeestje, of je zelf iets voor iemand anders hebt kunnen betekenen.

Nu zijn juist deze waarden nogal eens in de verdrukking geraakt door de dominantie van groeieconomie en privatisering. Natuur en landschap zijn vaak sluitpost in de begroting, sociaal werk is zelf een zorgenkind, cultuur moet alsmaar voor zichzelf knokken, en spirituele betekenis is zo’n beetje wat je er zelf van maakt – of wat je kunt betalen. Net als aan de macht van het geld of de deiningen van de politiek kunnen we daar als individu maar bar weinig aan veranderen. Maar als gebied kunnen we oneindig veel meer. Daarom zetten mensen zich dus ‘gebiedsgedreven’ in: op regionale schaal kan onze collectiviteit wèl het verschil maken. Daar moet je goed over nadenken – spannend in deze hektische tijden – en de boel anders gaan organiseren. En dat is morgen natuurlijk niet meteen af, maar we kunnen wel vandaag beginnen.

Gebiedswaarde vanuit energie- en voedseltransitie

Samen bouwen aan besparing en opwek van energie, lokaal verbonden, de ontstane netcongestie omzeilend die inmiddels weerspiegelt hoezeer we als samenleving achterlopen bij de terechte ambities. Energie die we met elkaar organiseren, levert ons niet alleen het blijvende gemak op van elektriciteit aan huis, maar ook de betekenis om dat als gemeenschap zelf in de hand te hebben, en samen te koersen op gezamenlijke doelen en soevereiniteit. Innovatieve lokale ondernemers schoven Salland hierbij een uitzonderlijke positie in, want zij wisten de gemeentes Olst-Wijhe en Raalte voor tien jaar een vrijstelling van de Elektriciteitswet te bezorgen. Daarmee kunnen we hier volop experimenteren, zoals met de inzet van goedkope stroom tijdens wind- en zonne-uren, en het onderling vereffenen van pieken en dalen. Da’s geen kwestie van een rijksopgave verhapstukken, maar van goed zorgen voor onszelf, voor de generaties na ons, voor ons leefgebied, en voor elkaar. Want misschien pakt het anders uit of kan het weer slimmer of moet er extra maatwerk komen – en dan zitten we zelf aan de knoppen. En zo houden we de grootste winsten, die anders via willekeurige marktpartijen het gebied zouden verlaten, in de regio, waar we ze opnieuw kunnen investeren.

In het voedselsysteem, bijvoorbeeld. Nog steeds laten we in wezen boeren ploeteren voor een anonieme wereldmarkt die wordt gemanipuleerd door ongrijpbare, hypercommerciële grootbedrijven. Terwijl we kunnen kiezen voor een regionaal voedselsysteem, door bestaande initiatieven te verwelkomen, te helpen uit te bouwen, daarvan te leren en ze telkens weer handiger in te richten. Het voortdurende landbouwdrama heeft de samenleving bijna gespleten, maar zelfs zonder accoord kunnen we hier zelf gaan bouwen aan eten van dichtbij. Samen met boeren die we daar persoonlijk voor honoreren, in een vitaal landschap – ecologische waarde – en samen met partijen als MKB-bedrijven en zieken- en verzorgingshuizen, die aan de vraagkant vlot voor massa zorgen.

Structureel meer vers voedsel uit de buurt betekent minder hoogbewerkt voedsel van ver weg, en daarmee scheppen we ruimte voor blijvende gezondheidswinst. Tegelijkertijd nodigt het uit tot zoiets eigentijds als samen koken en eten, zoals door studenten en ouderen: voilá, sociale waarde in tijden van vervreemding. Om het natuurlijk kapitaal niet verder op te soeperen, wordt er ook in Salland hard gezocht naar manieren om ecosystemdiensten blijvend te vergoeden. Daarvoor creëren we kansen die een externe marktspeler niet voor ons in petto heeft, wanneer we als gebied inzetten op een symbiose tussen de uitdagingen voor onze energie- en voedselsystemen.

Nieuw spel, nieuwe rollen

Zulke integratie van verschillende opgaven valt van buitenaf, zonder het gebied, domweg niet te organiseren, en sluit aan op ons eigen leven dat ook ‘integraal‘ is, en niet verkokerd zoals in sectorale overheidsstructuren, of uitgekleed rond de meest winstgevende producten en diensten. Nu vormen leefgebieden nog te veel een marktplaats voor private spelers, die door wet- en regelgeving volop worden gefaciliteerd om hun ding te komen doen. In wat we traditioneel ‘gebiedsontwikkeling’ noemen, rollen overheden voor nieuwe bedrijven gemakkelijk de rode loper uit.

Voor de regio pakt dat echter niet altijd even rooskleurig uit. Want gaat de totale gebiedswaarde er met de zogeheten ‘verdozing’ nu echt op vooruit? En kunnen overheden de samenleving nog wel voldoende ‘lezen’ nu het onderlinge vertrouwen historisch laag ligt? En als we kijken naar de grote, complexe en roodgloeiende crises – klimaatverandering, verlies van biodiversiteit, jammerlijke waterkwaliteit, woningnood, misère in zorg en onderwijs, armoe en vereenzaming – is het inmiddels zonneklaar dat de formule van publiek-privaat onmachtig is om die het hoofd te bieden.

Voor veiligheid en veerkracht op termijn moeten we de boel dus echt anders organiseren. Cruciaal is daarin dat ‘het gebied’ – de collectiviteit van inwoners, ondernemers en maatschappelijk middenveld – dat gaat doen door zelf actor te worden. Samen kunnen we dan in wezen een nieuw spel leren spelen. In Nederland biedt de Omgevingswet daar inmiddels ruimte voor, zoals via ieders zorgplicht voor de leefomgeving die erin is vastgelegd. Daarnaast sturen de Europese spelregels voor regionale ontwikkeling op het algemene belang en waarde van gebieden; als de aandeelhouders van het gebied moeten we die dus leren hanteren. Intussen onderzoeken pioniers in landelijke bewegingen als Het Nieuwe Kompas en Plekmakers in de praktijk al welke principes ons hierbij helpen. Ook in Salland is er animo om innovatief gereedschap in te gaan zetten. Zoals in de besluitvorming voor gemeenschappelijke belangen op lange termijn, en in de opbouw van een gebiedsportemonnee vanuit ‘blended finance’ – waarin naast traditionele bronnen als subsidies en bankkredieten ook uiteenlopende nieuwe spelers participeren. Zelf heb ik sinds kort voor het allereerst wat spek op de botten. Intussen heb ik als Sallander direct belang bij behoud en aanmaak van gebiedswaarde om me heen. Hoe mooi zou het dan niet zijn om als particulier direct mee te kunnen investeren, hoe bescheiden ook, in projecten die het leven hier verrijken?

Mijn eigen gebiedsgedrevenheid is al duurzaam gebleken; ik ga ervoor zorgen dat die ook aanstekelijk gaat zijn.

 

Word supporter van HierinSalland

HierinSalland is voor, maar ook van Salland. Word supporters en ondersteun ons. Door mee te doen of met een kleine bijdrage.

Interessant? Deel het artikel

Meer over

Blijf op de hoogte

Abonneer je op een of meerdere van onze nieuwsbrieven en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Salland. Om de twee weken verloten we onder de abonnees om en om een pakket uit de biologische boerderijwinkel Overesch en de biologische Supermarkt in het Bos van Kleinlangevelsloo, beiden in Raalte. Bekijk de spelregels.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Salland. Iedere maand verloten we onder de abonnees een pakket uit de biologische boerderijwinkel Overesch in Raalte. Bekijk de spelregels.