Als mens bezitten we talloze vindingen om de koude, vochtige wintermaanden te trotseren. We trekken warme kleding aan of zetten de verwarming op de gewenste temperatuur. Insecten daarentegen brengen de winter op hun eigen unieke manier door. De meeste soorten gaan in winterslaap of in winterrust en een deel trekt naar warmere oorden.
De wespen- en hommelkoningin bijvoorbeeld, eten zich vol, gaan in effectieve winterslaap op een verscholen plek en worden in principe niet eerder wakker dan het vroege voorjaar. Datzelfde geldt voor de meeste solitaire bijen.
Honingbijen daarentegen gaan in winterrust. Zij zitten dicht bij elkaar in de kast, waarbij de oudere bijen de buitenste laag van de tros vormen, als een soort winterjas. Hoe kouder het is, hoe dichter ze bijeen kruipen. Door constant in beweging te blijven produceren ze warmte die de tros op temperatuur houdt. Uiteraard vergt dit de nodige energie, die zij verkrijgen door het nuttigen van de aangelegde honing voorraad.
De lichaamstemperatuur van mieren past zich aan de temperatuur van hun omgeving aan. Wordt het te koud, dan is de mier vrijwel niet meer in staat om nog actief te zijn. Daarom verzamelen mieren tijdens de warmere periodes ruim voldoende voedsel voor in hun nest. Een groot deel eten ze zelf op en de rest gebruiken ze om een wintervoorraad aan te leggen. Zodra de winter zijn intrede doet, trekken de mieren zich terug in het nest en graven dat dieper uit, omdat de aarde daar wat warmer is. Vervolgens sluiten ze de ingang, zodat vijanden het nest niet kunnen binnendringen. De voedselvoorraad is groot genoeg om een aantal wintermaanden door te komen.
Vlinders trotseren de kou in verschillende stadia. Het Zwartsprietdikkopje bijvoorbeeld overwintert als ei. Het Oranjetipje daarentegen overwintert als pop, terwijl het Koevinkje deze periode doorbrengt als rups. De rupsen van de Gestippelde Houtvlinder en Wilgenhoutrups, beide nachtvlinders, leven in hout en doen in hun rups stadium meerdere jaren over hun ontwikkeling. De Citroenvlinder, Dagpauwoog, Gehakkelde Aurelia en Kleine Vos overwinteren als vlinder. De Distelvlinder, Gamma-Uil, Kolibrievlinder en Atalanta trekken in het najaar richting Zuid-Europa om de wintermaanden door te brengen. Toch komt het steeds vaker voor dat de drie laatstgenoemden de Nederlandse winters proberen te trotseren en steeds vaker slagen zij hierin.
Maar er zijn ook vlinders die juist tijdens de winterperiode vliegen, zoals de Grote Wintervlinder waarvan een schitterend exemplaar op de bijgevoegde foto staat. Bij mannetjes varieert de tekening op de voorvleugels, evenals de kleur. Vrouwtjes bezitten hele korte vleugelstompjes. Je kunt deze nachtvlindersoort waarnemen van half oktober tot begin januari in één generatie.